Zoeken
Doorzoek deze website
28 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Groeiplaatsverbetering bij bomen | Bomen-Online.info
Wat is groeiplaatsverbetering bij bomen? Lees hoe bodemverdichting, poriënvolume en organisch materiaal de wortelontwikkeling beïnvloeden. Bomen-Online.info Kennis & informatievoorziening voor: -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Wat is nu eigenlijk groeiplaatsverbetering? Een boom is voor zijn ontwikkeling afhankelijk van voldoende boven- én ondergrondse groeiruimte , waarbij ook voldoende lucht in de bodem aanwezig moet zijn. Als richtwaarde wordt daarbij vaak een poriënvolume van meer dan 12% aangehouden. Door menselijke invloeden, zoals aanlegwerkzaamheden en verkeersbewegingen, kan een bodem verdicht zijn of in de loop van de tijd verdicht raken. Ook kunnen harde of storende bodemlagen ontstaan, waardoor de beschikbare ondergrondse groeiruimte en de ontwikkeling van boomwortels ernstig worden beperkt. Meer weten over poriënvolume, lucht en water in de bodem? Lees verder bij Waterhuishouding van een boom. Groeiplaatsverbetering is erop gericht de omstandigheden in de bodem te verbeteren, zodat boomwortels zich beter kunnen ontwikkelen. Daarbij gaat het in hoofdzaak om twee onderdelen: Ten eerste worden verdichte, harde of storende bodemlagen losgemaakt of doorbroken. Hierdoor ontstaan opnieuw scheuren en poriën in de bodem en neemt de doorwortelbare ruimte toe. Het grotere poriënvolume biedt meer ruimte voor lucht en water en kan tegelijkertijd de infiltratie en afvoer van overtollig regenwater verbeteren. Daarnaast kan de aanwezige groeiruimte kwalitatief worden verbeterd door het inbrengen van bodemverbeterende stoffen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van organische en minerale bestanddelen en aanvullende voedingsstoffen. Deze kunnen bijdragen aan een betere bodemstructuur, het vasthouden en beschikbaar maken van vocht en voedingsstoffen en het stimuleren van het bodemleven. Daarmee worden de omstandigheden voor verdere wortelontwikkeling verbeterd. Hoe werkt groeiplaatsverbetering? Bij groeiplaatsverbetering wordt de verdichte bodem plaatselijk met behulp van perslucht volgens onderstaande illustratie losgemaakt. Hierdoor worden verdichte of storende bodemlagen doorbroken en ontstaan scheuren en ruimten in de bodem, zonder dat de volledige groeiplaats hoeft te worden opengegraven. Afhankelijk van de bodemkwaliteit kunnen tijdens deze behandeling tegelijkertijd bodemverbeterende stoffen in de ontstane ruimten worden ingebracht. Zo wordt niet alleen de verdichting aangepakt, maar kunnen ook de omstandigheden worden verbeterd waarin bestaande en nieuwe boomwortels zich verder ontwikkelen. A Voldoende poriënvolume >12% B Harde grondlaag poriënvolume <5% C Onvoldoende poriënvolume <12% Het poriënvolume is de ruimte tussen de vaste gronddeeltjes van de bodem. Deze ruimte kan gevuld zijn met water (incl. voeding) of met lucht (zuurstof). Bekijk/download deze afbeelding groeiplaatsverbetering-bomen-bodem-wortelontwikkeling iin hoge leeskwaliteit als PDF. Welke bodemverbeterende stoffen Afhankelijk van de bodemkwaliteit , aanwezige tekorten en de behoefte van de boom kunnen verschillende bodemverbeterende stoffen worden ingebracht. Deze hebben ieder hun eigen functie: Organisch materiaal – ondersteunt het bodemleven en draagt bij aan de beschikbaarheid van voedingsstoffen en een betere vochtregulering. Minerale bestanddelen – dragen bij aan het verbeteren van de bodemstructuur en de fysische eigenschappen van de bodem. Lava – draagt bij aan een betere bodemstructuur en ondersteunt de waterafvoer en waterhuishouding. Actieve houtskool – kan vocht en voedingsstoffen opnemen en vasthouden en draagt daarmee bij aan een betere vocht- en nutriëntenhuishouding. Bodemleven en aanvullende voedingsstoffen – bacteriën, schimmels, mycorrhiza en voedingsstoffen kunnen worden toegevoegd om de biologische activiteit in de bodem en de beschikbaarheid van voedingsstoffen te ondersteunen. Een goed uitgevoerde groeiplaatsverbetering is geen tijdelijke bemesting, maar een structurele verbetering van de groeiplaats waarvan het effect meer dan tien jaar kan aanhouden. Theoretische boom- en wortelontwikkeling op langere termijn (3 à 5 jaar) na groeiplaatsverbetering, waarbij harde bodemlagen zijn doorbroken en voeding en organisch materiaal zijn geïnjecteerd.
- Boom Effect Analyse voor bredere doelgroep | Bomen-Online.info
Een Boom Effect Analyse voor een bredere doelgroep. Bekijk hoe wij boomtechnische informatie, rapportstructuur en navigatie toegankelijk presenteren. Boom Effect Analyse voor een bredere doelgroep Bomen-Online.info verstrekt achtergrondinformatie en is tevens een Kennisplatform voor: -- Boom Effect Analyses, Boom Effect Adviezen -- Illustraties en promotie voor groene en grijze buitenruimtes -- Boomtechnische en (ver)groeningsrapportages -- Beheer-, beleids- en vitaliteitsrapportages Sinds de zomer van 2026 werken wij met een vernieuwde opzet voor onze Boom Effect Analyses en vergelijkbare boomtechnische rapportages. De boomtechnische inhoud blijft daarbij centraal staan, maar de opbouw, volgorde en presentatie zijn op verschillende onderdelen aangepast. Met deze vernieuwde rapportopzet proberen wij de informatie toegankelijker te presenteren voor een bredere doelgroep, zonder daarbij afbreuk te doen aan de boomtechnische inhoud. Op deze pagina vertellen we eerst over Martijn Kuus en het ontstaan van het idee. Daarna laten we in zeven delen uitgebreid zien welke aanpassingen in de rapportage zijn doorgevoerd en welke gedachte daarachter zit. Onze vernieuwde opzet voor boomrapportages INHOUDSOPGAVE - Martijn Kuus versus boomrapportage - Ontstaan: van probleem tot idee - Moet een boomrapportage begrijpelijk zijn? Deel 1 van 7 – Introductie & doelgroep Deel 2 van 7 – Rapportstructuur Deel 3 van 7 – Illustraties en achtergrondinformati e Deel 4 van 7 – Navigatie en leesniveau Deel 5 van 7 – Samenvatting deel 1 t/m 4 - Wat kost een Boom Effect Analyse? - 2 nieuwe Boom Effect rapportages Deel 6 van 7 – Boom Effect Advies Deel 7 van 7 – Boom Effect Scan INHOUDSOPGAVE Martijn Kuus Specialist in: informatievoorziening voor boom-, groen- en civiele techniek Advies, Ontwerp & Ondersteuning -- Informatievoorziening voor boom-, groen- en civiele techniek -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- Tuin- en landschapsarchitectuur -- Illustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Mijn naam is Martijn Kuus. Ik ben opgegroeid tussen de laanbomen in Opheusden en werk inmiddels al ruim 40 jaar binnen de groene, grijze en blauwe buitenruimte. Na mijn achtergrond in de boomkwekerij heb ik bewust gekozen voor een opleiding in civiele techniek, tuin- en landschapsinrichting. Inmiddels ben ik al ruim 40 jaar actief: eerst als uitvoerder, later als verkoper, adviseur, ontwerper en grafisch vormgever van Boom Effect Analyses en andere boom- en groentechnische rapportages. De afgelopen jaren heb ik mij gespecialiseerd in informatievoorziening voor boom-, groen- en civiele techniek. Daarbij staat voor mij één vraag centraal: Hoe maak je boom-, groen- en civieltechnische informatie begrijpelijk voor een bredere doelgroep? Daarnaast ben ik initiatiefnemer van de website Vacature in het Groen, een platform voor arbeidsbemiddeling binnen de groene, grijze en blauwe buitenruimtes. Martijn Kuus versus boomrapportage Martijn Kuus versus boomrapportage Geplande werkzaamheden Ontstaan: van probleem tot idee Toen ik ruim twintig jaar geleden voor het eerst een Boom Effect Analyse las, stelde ik mij een vraag die vandaag nog steeds actueel is: Begrijpen alle betrokkenen eigenlijk wat er in zo'n Boom Effect Analyse staat? In 2023 liet vakblad Boomzorg negen Boom Effect Analyses beoordelen op begrijpelijkheid. Acht rapportages scoorden onvoldoende; één rapportage werd beter beoordeeld. Dit zegt overigens helemaal niets over de boomtechnische kwaliteit, wat primair toch doel nummer één is, maar roept wel een andere vraag op: Is het eigenlijk wel realistisch om complexe vakinformatie voor iedere doelgroep begrijpelijk te maken? De afgelopen vijf à zes jaar ben ik daarmee gaan experimenteren. Mijn ruim 30 jaar ervaring met illustraties, softwareontwikkeling voor tuin- en landschapsontwerp en de al aanwezige digitale informatievoorziening (zoals deze vernieuwde website) boden daarbij mogelijkheden om boomtechnische informatie anders te presenteren. Dit heeft wel geleid tot zeer ingrijpende veranderingen in onze rapportages. Daarom laten we de komende periode in 7 delen stap voor stap zien welke keuzes we hebben gemaakt. Moet een boomrapportage begrijpelijk zijn? Voordat we onze eigen werkwijze toelichten, hebben we deze vraag eerst voorgelegd op de socials. Niet om zelf het antwoord te geven, maar om te horen hoe anderen hierover denken. In deel 0 – De vraag op de socials delen we de aanleiding en nodigen we u uit om mee te denken. Bekijk hier de reacties op LinkedIn. Bekijk/download Deel 0 – De vraag op de socials in hoge leeskwaliteit als PDF (8 pagina’s).- publicatiedatum: 24 augustus 2026. ------- Voor de overige groene en grijze rapportages geldt een vergelijkbare vraag. Een Boom Effect Analyse wordt door verschillende doelgroepen gelezen: van boomtechnisch adviseurs en opdrachtgevers tot vergunningverleners, projectleiders, omwonenden en andere belanghebbenden. Iedere lezer heeft daarbij een eigen achtergrond, vakkennis en informatiebehoefte. Daarom hebben wij onderzocht hoe we een Boom Effect Analyse mogelijk toegankelijker kunnen maken voor een bredere doelgroep, zonder concessies te doen aan de boomtechnische inhoud. Het uitgangspunt is daarbij niet om de boomtechniek te vereenvoudigen, maar om de informatie anders te structureren en te presenteren. Dat betekent niet dat iedere Boom Effect Analyse voor iedere lezer eenvoudig wordt. Boomtechnische onderzoeken bevatten nu eenmaal specialistische informatie. Wel proberen we binnen één rapportage verschillende manieren van lezen mogelijk te maken, zodat zowel de vaktechnische lezer als iemand met minder boomtechnische voorkennis de voor hem relevante informatie kan vinden. In Deel 1 – Introductie & doelgroepen laten we zien voor wie onze Boom Effect Analyse is bedoeld en welke uitgangspunten wij gebruiken om verschillende lezers binnen één rapportage te bedienen. Bekijk/download Deel 1 – Introductie & doelgroepen in hoge leeskwaliteit als PDF (8 pagina’s). - publicatiedatum: 29 augustus 2026. Deel 1 van 7 -- Voor wie is deze Boom Effect Analyse bedoeld? ------- De overige groene en grijze rapportages hebben een vergelijkbare opzet en lay-out. Deel 2 van 7 -- Een toegankelijke vertaling van een Boom Effect Analyse Een Boom Effect Analyse is inhoudelijk opgebouwd volgens de 12 formele boomtechnische bouwstenen uit de Richtlijn BEA. Deze vormen de inhoudelijke checklist en worden binnen onze Boom Effect Analyse allemaal behandeld. Daarnaast werken wij met 6 centrale onderzoeksvragen. Ook deze hebben wij niet zelf bedacht, maar zijn gebaseerd op de doelstellingen en beoordelingsvragen uit het landelijke voorschrift voor de Boom Effect Analyse. De formulering en het aantal onderzoeksvragen kunnen in de praktijk per rapportage verschillen. Binnen onze Boom Effect Analyse gebruiken wij deze 6 onderzoeksvragen als herkenbare rode draad door het gehele rapport. De onderzoeksvragen zijn gekoppeld aan overkoepelende hoofdstukken, waarbij ieder hoofdstuk een eigen functie en omschrijving heeft. De 12 formele bouwstenen vormen daarmee de boomtechnische inhoudelijke basis, terwijl de 6 onderzoeksvragen en overkoepelende hoofdstukken de lezer helpen om die informatie in samenhang te volgen. Een vaste kleurcodering en navigatie ondersteunen deze structuur. In Deel 2 – Diverse structuren in één analyse laten we zien hoe de 12 formele bouwstenen, 6 centrale onderzoeksvragen en overkoepelende hoofdstukken binnen één rapportstructuur met elkaar worden verbonden. Bekijk/download Deel 2 – Diverse structuren in één analyse in hoge leeskwaliteit als PDF. (12 pagina’s).- publicatiedatum: 1 september 2026. ------- De overige groene en grijze rapportages hebben een vergelijkbare opzet en lay-out. Een Boom Effect Analyse bevat veel boomtechnische informatie die niet voor iedere lezer even vanzelfsprekend is. Illustraties en visualisaties kunnen helpen om complexe onderwerpen inzichtelijker te maken en tegelijkertijd de hoeveelheid toelichtende tekst te beperken. Binnen onze Boom Effect Analyse maken wij daarom gebruik van circa 80 standaardillustraties en meer dan 100 projectgerichte illustraties en visualisaties. Met de beschikbare teken-, ontwerp- en visualisatiesoftware kunnen wij daarbij niet alleen algemene boomtechnische onderwerpen verbeelden, maar ook projectspecifieke situaties, ontwerpen en mogelijke gevolgen voor bomen visueel inzichtelijk maken. Naast deze visuele ondersteuning beschikken wij met Bomen-Online.info over een uitgebreid online kennisplatform met aanvullende boomtechnische achtergrondinformatie. Hierdoor hoeft niet alle achtergrondinformatie opnieuw in de rapportage te worden opgenomen. Wie meer verdieping wenst, kan vanuit de Boom Effect Analyse verder lezen op het kennisplatform. Illustraties, projectspecifieke visualisaties en online achtergrondinformatie vormen zo samen een aanvullende informatielaag binnen de rapportage. De lezer kan zich beperken tot de conclusies en belangrijkste toelichting, maar waar gewenst ook verder de boomtechnische onderbouwing in. In Deel 3 – Illustraties & achtergrondinformatie laten we zien hoe deze verschillende vormen van visuele en aanvullende informatie binnen onze Boom Effect Analyse worden toegepast. Bekijk/download Deel 3 – Illustraties & achtergrondinformatie in hoge leeskwaliteit als PDF. (19 pagina’s) – beschikbaar vanaf 4 september 2026, na publicatie op de socials. Deel 3 van 7 -- Hoe proberen wij boomtechnische informatie begrijpelijker te maken? ------- De overige groene en grijze rapportages hebben een vergelijkbare opzet en lay-out. Een Boom Effect Analyse kan door de hoeveelheid boomtechnische informatie, projectgegevens en illustraties behoorlijk omvangrijk worden. Wat wij daarbij vooral hebben geleerd, is dat een toegankelijke presentatie begint bij de structuur van het rapport zelf. Illustraties, kleurcoderingen en navigatie kunnen de lezer ondersteunen, maar zonder een herkenbare opbouw blijft een uitgebreide boomtechnische rapportage voor iemand zonder vaktechnische achtergrond al snel ingewikkeld. Daarom werken wij met een vaste en herkenbare rapportstructuur. Vooraf wordt duidelijk gemaakt hoe de rapportage is opgebouwd, welke functie ieder overkoepelend hoofdstuk heeft en welke onderzoeksvraag daarin centraal staat. Een leeswijzer helpt de lezer vervolgens om te bepalen waar hij de informatie kan vinden die voor hem relevant is. Daarnaast maken we bewust onderscheid tussen verschillende leesniveaus. Niet iedere lezer heeft behoefte aan dezelfde hoeveelheid informatie. De ene lezer wil vooral de conclusie en de gevolgen voor het project weten, terwijl een andere lezer juist de volledige boomtechnische analyse en onderbouwing wil kunnen volgen. De rapportage biedt daarom verschillende niveaus van informatie, zonder dat inhoud uit de Boom Effect Analyse hoeft te worden weggelaten. Pas wanneer die basis duidelijk is, krijgen illustraties, kleurcoderingen en navigatie hun volledige functie. Inhoudsopgaven, vaste navigatiebalken en interne verwijzingen helpen de lezer vervolgens om snel tussen onderzoeksvragen, hoofdstukken, conclusies en verdiepende informatie te bewegen. In Deel 4 – Uw weg door onze rapportage laten we zien hoe rapportstructuur, hoofdstukomschrijving, leesniveau en navigatie samen de weg door een omvangrijke Boom Effect Analyse bepalen. Bekijk/download Deel 4 – Uw weg door onze rapportage in hoge leeskwaliteit als PDF. (10 pagina’s) – beschikbaar vanaf 8 september 2026, na publicatie op de socials. Deel 4 van 7 -- Hoe vind ik snel de informatie die ik zoek? ------- De overige groene en grijze rapportages hebben een vergelijkbare opzet en lay-out. In de voorgaande delen hebben we stap voor stap laten zien voor welke doelgroepen onze Boom Effect Analyse is bedoeld, hoe de rapportstructuur is opgebouwd, hoe we boomtechnische informatie visueel ondersteunen en hoe verschillende lezers hun weg door een omvangrijke rapportage kunnen vinden. In Deel 5 brengen we deze onderdelen voor het eerst binnen één complete Boom Effect Analyse bij elkaar. De 12 formele boomtechnische bouwstenen blijven daarbij de inhoudelijke basis. De 6 centrale onderzoeksvragen vormen de herkenbare rode draad en zijn gekoppeld aan de overkoepelende hoofdstukken en hun functie binnen het onderzoek. Daaromheen ontstaat een tweede laag die vooral gericht is op de manier waarop de informatie wordt aangeboden. Illustraties en projectspecifieke visualisaties ondersteunen de boomtechnische uitleg, aanvullende achtergrondinformatie biedt verdieping en de verschillende leesniveaus helpen de lezer om zelf te bepalen hoeveel informatie hij wil lezen. De vaste rapportstructuur en navigatie zorgen er vervolgens voor dat deze informatie snel kan worden teruggevonden. De kracht zit voor ons dan ook niet in één afzonderlijk onderdeel. Een illustratie, kleurcodering, leeswijzer of navigatiebalk maakt een Boom Effect Analyse op zichzelf niet toegankelijker. Juist de samenhang tussen inhoud, structuur, verbeelding, leesniveau en navigatie bepaalt hoe de rapportage uiteindelijk wordt gelezen en gebruikt. In Deel 5 – Samenvatting van deel 1 t/m 4 laten we aan de hand van de complete opzet zien hoe deze verschillende onderdelen binnen één Boom Effect Analyse samenkomen. Bekijk/download Deel 5 – Samenvatting van deel 1 t/m 4 in hoge leeskwaliteit als PDF. (21 pagina’s) – beschikbaar vanaf 11 september 2026, na publicatie op de socials. Deel 5 van 7 -- Hoe komt alles samen in één Boom Effect Analyse? ------- De overige groene en grijze rapportages hebben een vergelijkbare opzet en lay-out. Wat kost een Boom Effect Analyse? Ter indicatie: een complete Boom Effect Analyse, opgebouwd volgens de 12 formele bouwstenen met 6 onderzoeksvragen, begint vanaf circa € 750,-. De uiteindelijke kosten zijn onder andere afhankelijk van: het aantal bomen; de omgeving en het aantal beoordelingskaders; de complexiteit van de situatie; en soms de reisafstand (boven de 100 km). Het uitwerken van één projectlocatie, inclusief één 3D-verbeelding, is een vast onderdeel van onze werkwijze. Hiervoor is een juiste en volledige projecttekening van de opdrachtgever essentieel. Aanvullende eisen die buiten de 12 formele bouwstenen vallen, waaronder eventueel noodzakelijke aanvullende tekeningen, zijn niet in deze prijsindicatie opgenomen. Bij vijf of meer bomen zal de prijs doorgaans stijgen. Bij grotere aantallen kan een Boom Effect Analyse, afhankelijk van de omvang en complexiteit van het onderzoek, oplopen tot enkele duizenden euro's. Spreekt onze werkwijze u aan en wilt u weten wat een Boom Effect Analyse voor uw project zou kosten? Neem dan gerust contact met ons op. Aan de hand van de projectlocatie, het aantal bomen en de onderzoeksvraag kunnen wij doorgaans snel beoordelen welke onderzoeksomvang passend is. Niet ieder project vraagt echter om dezelfde vorm van boomtechnisch onderzoek. Naast de Boom Effect Analyse werken wij daarom ook met een Boom Effect Advies en een Boom Effect Scan. De kosten hiervan kunnen sterk verschillen per project. In de onderstaande hoofdstukken leest u wanneer deze rapportages kunnen worden toegepast en waarin ze verschillen van een Boom Effect Analyse. . 2 nieuwe Boom Effect rapportages Sinds de zomer van 2026 hebben wij twee nieuwe Boom Effect rapportages toegevoegd aan onze bestaande boomtechnische onderzoeken: het Boom Effect Advies en de Boom Effect Scan. Beide rapportages zijn vanuit de praktijk ontwikkeld en hebben ieder een eigen doel en toepassing. Tijdens de verdere ontwikkeling van onze Boom Effect Analyse werd steeds duidelijker dat niet iedere projectvraag goed binnen één type rapportage past. Een analyse is in de basis gericht op het beoordelen van een bestaande of voorgenomen situatie, terwijl in de praktijk soms juist behoefte bestaat aan verdere uitwerking van mogelijkheden óf aan een eerste, meer verkennende beoordeling. Vanuit die behoefte zijn het Boom Effect Advies en de Boom Effect Scan ontstaan. Ze sluiten aan op dezelfde boomtechnische werkwijze, maar hebben ieder een andere functie binnen het proces. In Deel 6 en 7 lichten we beide rapportages verder toe. Een Boom Effect Analyse is hoofdzakelijk een beoordelingsrapportage. De basis van deze werkwijze is inmiddels ruim twintig jaar geleden ontwikkeld en heeft nog steeds een belangrijke functie bij het beoordelen van de effecten van plannen en werkzaamheden op bomen. De opgaven binnen de openbare ruimte zijn in die twintig jaar echter veranderd. Klimaatadaptatie, duurzame boomontwikkeling, groeiplaatskwaliteit, ruimtelijke inrichting en het combineren van verschillende projectdoelstellingen spelen een steeds grotere rol. Daardoor ontstaat in de praktijk regelmatig behoefte aan een rapportage die niet alleen beoordeelt wat de gevolgen van een plan zijn, maar ook onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om projectdoelstellingen en duurzame boomontwikkeling zo goed mogelijk met elkaar te combineren. Daarvoor hebben wij het Boom Effect Advies ontwikkeld. Een ontwikkelingsrapportage waarin de boomtechnische beoordeling het vertrekpunt vormt, maar vervolgens meer ruimte ontstaat voor het onderzoeken, uitwerken en vergelijken van mogelijkheden binnen het plangebied. Niet alleen: wat betekent het plan voor de boom? Maar ook: welke aanpassingen of mogelijkheden kunnen bijdragen aan een beter resultaat voor zowel het project als de boom? Het Boom Effect Advies vervangt daarmee de Boom Effect Analyse niet. Het is een verdere stap wanneer een project meer vraagt dan alleen beoordelen en er behoefte bestaat aan het onderzoeken en ontwikkelen van mogelijkheden. In Deel 6 – Boom Effect Advies laten we zien wanneer een Boom Effect Analyse overgaat van beoordelen naar ontwikkelen en wanneer een verdere uitwerking binnen een Boom Effect Advies van toepassing is. Bekijk/download Deel 6 – Boom Effect Advies in hoge leeskwaliteit als PDF . (5 pagina’s) – beschikbaar vanaf 15 september 2026, na publicatie op de socials. Deel 6 van 7 -- Wanneer kiest u voor een Boom Effect Advies? ------- De overige groene en grijze rapportages hebben een vergelijkbare opzet en lay-out. Niet ieder project vraagt direct om een uitgebreide Boom Effect Analyse. Soms is in een vroeg stadium al goed in te schatten waar kansen, knelpunten en mogelijke risico's liggen. De Boom Effect Scan is mede ontstaan vanuit een terugkerende ervaring in de praktijk. Boomtechnische aandachtspunten worden regelmatig pas laat in een project herkend, terwijl deze in een vroeg stadium vaak al zichtbaar of voorspelbaar zijn. Dat gebeurt lang niet altijd bewust; niet iedere opdrachtgever, ontwerper of projectbetrokkene beschikt immers over de boomtechnische kennis om mogelijke gevolgen vooraf goed in te schatten. Juist wanneer deze aandachtspunten pas tijdens de verdere planvorming, vergunningverlening of uitvoering naar voren komen, kunnen relatief eenvoudige vraagstukken uitgroeien tot langdurige procedures, aanvullende onderzoeken, aanpassingen van plannen en onnodige kosten. In sommige situaties kan bovendien maatschappelijke discussie of reputatieschade ontstaan die mogelijk eerder voorkomen had kunnen worden. Daarom hebben wij de Boom Effect Scan ontwikkeld: een verkenningsrapportage die vroegtijdig inzicht geeft in de haalbaarheid, kansen, knelpunten en mogelijke risico's van een project in relatie tot de aanwezige bomen. Het doel is niet om vooraf een volledige Boom Effect Analyse uit te voeren, maar om op tijd te signaleren waar nader onderzoek noodzakelijk is en waar dat juist niet nodig lijkt. Op basis van deze eerste verkenning kan gerichter worden bepaald welke vervolgstap passend is: geen nader boomtechnisch onderzoek, aanvullend onderzoek, een Boom Effect Analyse of – wanneer verdere ontwikkeling en vergelijking van mogelijkheden gewenst is – een Boom Effect Advies. In Deel 7 – Boom Effect Scan laten we zien hoe een relatief vroege boomtechnische verkenning kan bijdragen aan betere projectkeuzes en het voorkomen van onnodige procedures, kosten en vertraging. Bekijk/download Deel 7 – Boom Effect Scan in hoge leeskwaliteit als PDF. (5 pagina’s) – beschikbaar vanaf 18 september 2026, na publicatie op de socials. Deel 7 van 7 -- Wat is een Boom Effect Scan? ------- De overige groene en grijze rapportages hebben een vergelijkbare opzet en lay-out.
- Omlooptijd, leeftijd en levensfase van bomen | Bomen-Online.info
Bomen kennen verschillende levensfasen en leeftijden. Lees meer over de werkelijke, theoretische en mentale leeftijd en de natuurlijke en economische omlooptijd. Bomen-Online.info Kennis & informatievoorziening voor: -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Inhoud: Hoe groter de boom hoe meer ondergrondse (groei)ruimte. Natuurlijke omlooptijden Economische omlooptijden Omlooptijden per functiegebied Het functiewaarden getal van een boom Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte Bomen van de 1ste grootte - Reguliere groei Bomen van de 1ste grootte - Snelle groei - Pioniersboomsoorten Bomen van de 2de grootte Bomen van de 3de grootte Bomen van de 4de grootte en overige Struiken en heesters. Divers leeftijden van een boom De Werkelijk leeftijd De Theoretische leeftijd Diverse levensfases (Mentale leeftijd) Groeiruimte en waterbufferingsmoglijkheden versus levensfases Div. Boomgroottes, Omlooptijden, Leeftijden en levensfases Er zijn 3 soorten omlooptijden. De natuurlijke omloop, de economische omloop en de omlooptijd per functiegebied. Het is algemeen bekend dat de levensduur van diverse boomsoorten sterk kan variëren. In 95% van de gevallen is de natuurlijke omloop of levensduur eenvoudig online te vinden. Een standaard vuistregel luidt: hoe hoger een boom kan groeien, des te langer is doorgaans zijn natuurlijke levensduur. Binnen de bomenwereld onderscheiden we 5 (soms 6) boomgroottes of categorieën, zoals geïllustreerd in afbeeldingen 3 tot en met 6. Deze illustraties worden vaak benoemd als Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte. Deze indeling biedt niet alleen inzicht in de omvang en potentiële hoogte van een boom, maar informeert ons ook over de economische en een natuurlijke levensduur, die doorgaans als 'omloop' wordt aangeduid. Daarnaast zijn er diverse soorten leeftijden, een werkelijke leeftijd, een theoretische leeftijd en een mentale leeftijd, die beter bekend staat als levensfase. Op verschillende pagina's heeft u waarschijnlijk al kunnen lezen dat de levensduur van de terrasplant aanzienlijk verlengd kan worden wanneer deze wordt verpot in een pot die vier keer groter is. De volgende vraag is dan of het zinvol is om de terrasplant in een nog grotere pot te plaatsen. Het antwoord daarop is zowel ja als nee. Hoe groter de boom hoe meer ondergrondse (groei)ruimte. Afbeelding 1 en 2: De terrasplant verpotten naar een veel grotere pot biedt toekomstmogelijkheden. Voor bomen is exact dezelfde theorie van toepassing. Ja, omdat de terrasplant dan meer zelfvoorzienend wordt; de voorwaarden met betrekking tot waterbuffering en capillaire werking worden zeker verbeterd. Echter, de levensverwachting van de plant zal niet substantieel toenemen, omdat deze terrasplant (een siergrassoort) zijn natuurlijke omvang min of meer al heeft bereikt. De plant zal zich iets beter ontwikkelen, maar hij zal zeker niet twee keer zo groot worden. Voor bomen van de 2de grootte (hoogte tussen de 6 en 12 meter) en 3de grootte (hoogte t/m 3 meter) is dezelfde theorie van toepassing. Deze bomen hebben van nature dan ook minder ondergrondse ruimte nodig dan bomen van de 1ste grootte (vanaf 12 meter en hoger). Elk levend organisme heeft een specifieke gemiddelde levensverwachting. Simpele voorbeelden van organismen zijn honden, katten, paarden, evenals tulpen en schimmels. Elk soort kan worden onderverdeeld in diverse rassen (of vergelijkbare categorieën). Zo bestaan er veel verschillende hondenrassen, waarbij elk ras weer zijn eigen natuurlijke levensverwachting heeft. Over het algemeen hebben grote honden en rashonden een kortere levensduur dan kleine honden. Deze theorie geldt ook voor bomen. De lengte van hun natuurlijke levensduur is bepaald en gedocumenteerd in het Handboek Bomen en wordt weergegeven tussen haakjes in de afbeeldingen 3 tot en met 6. Natuurlijke omlooptijden Economische omlooptijden Afbeelding 3 t/m 6: De bomenwereld is opgedeeld in 5 categorieën, die alle 5 een verschillende levensduur hebben. Ongeveer 65 a 70% van de bomen behoort tot de categorie 'bomen van de 1ste grootte' met reguliere groei, waarbij ze gemakkelijk 200 jaar of meer kunnen worden zolang hun groeiplaats maar voldoet aan de voorwaarden van de 3 à 5 vuistregels. Bij nieuwe aanplant is het echter niet realistisch om groeiplaatsen voor 200 of 300 jaar aan te leggen. Daarom heeft het Handboek Bomen streefwaardes opgesteld. Deze nader te noemen economische omlooptijden zijn te zien in Afbeeldingen 3 t/m 6. De hierboven genoemde economische omlooptijden zijn soms nog steeds aan de ruime kant en niet altijd realistisch in elke situatie. Het heeft bijvoorbeeld geen zin om bij het aanplanten van een nieuwe boom in een stedelijk gebied een groeiplaats voor 100 jaar aan te leggen, wetende dat de infrastructuur van een gemiddelde woonwijk om de 40 à 50 jaar vernieuwd moet worden, bijvoorbeeld vanwege de noodzakelijke vervanging van kabels en leidingen. Bij dergelijke werkzaamheden sneuvelen vaak oudere bestaande bomen. Daarom kiezen steeds meer gemeenten ervoor om hun eigen omlooptijden voor nieuw aan te planten bomen vast te stellen, op basis van het betreffende functiegebied. Omlooptijden per functiegebied Deze grote gemeente in de provincie Brabant heeft het gebied ingedeeld in verschillende functiegebieden. Aan elk functiegebied is een ambitieniveau en een omloopcyclus gekoppeld, wat van invloed is op de grootte (afmetingen) van de boomgroeiplaats bij nieuwe aanplant. Echter voor een particuliere tuin is het ook praktisch om vooraf een omlooptijd vast te stellen. Plattegrond functiegebieden. Figuur 1:. Deze gemeente heeft het areaal ingedeeld in diverse functiegebieden. Dit is bepalend voor de afmetingen van de boomgroeiplaats bij nieuwe aanplant. Het functiewaarden getal van een boom Op de pagina "Hoe belangrijk zijn bomen nu eigenlijk?" is al uitgebreid uitgelegd dat bomen en groen onmisbaar zijn voor onze samenleving. Op diezelfde pagina is ook duidelijk geworden dat hoe groter en ouder de boom is, des te groter zijn maatschappelijke bijdrage . Vooral het verschil tussen de diverse boomgroottes (Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte) maar ook het verschil tussen een natuurlijke en een economische omloop kan een aanzienlijke invloed op het functiewaarden getal. Elke groep bomen heeft een vastgestelde economische en natuurlijke levensduur. De duur van deze periodes is bepaald en gedocumenteerd in het Handboek Bomen. Het Handboek bomen fungeert als een leidende richtlijn voor vrijwel alle bomenrapporten en is erkend als een landelijke standaard voor het beheer en onderhoud van bomen. Tabel 1: Diverse boomgroepen en omlooptijden met de bijbehorende functiewaarde getallen. De bomenwereld is opgedeeld in diverse categorieën, waarbij een boom van de 1ste grootte hoger dan 12 à 15 meter. Bomen van de 2de grootte worden 6 tot 12 meter hoog en bomen van de 3de grootte blijven kleiner dan 6 meter. Daarnaast kun je een boom kunstmatig klein houden door hem vanaf het begin goed te snoeien. Bomen van de 1ste, 2de, 3de en 4de grootte Deze groep bomen heeft doorgaans de langste natuurlijke levensduur. Voorbeelden hiervan zijn: de meeste lindesoorten, diverse iepensoorten, vele beukensoorten en praktisch alle eikensoorten. Hun economische omlooptijd is ongeveer 100 jaar, maar met een effectief bomenbeheer kan hun omloop gemakkelijk worden verlengd met 50 tot 100 jaar. Sommige soorten (raadpleeg hiervoor gespecialiseerde bronnen) kunnen zelfs enkele honderden jaren oud worden en staan bekend als zeer duurzame bomen. Duurzaam investeren in deze bomengroep is doorgaans zeer efficiënt. Bomen van de 1ste grootte - Reguliere groei Afbeelding 3: De omlooptijd verruimen van bestaande bomen die vallen in de bomengroep van de 1ste grootte met een reguliere groei is vaak erg duurzaam. Bomen van de 1ste grootte - Snelle groei - Pioniersboomsoorten Bomen van de 1ste grootte die snel groeien, worden vaak aangeduid als pioniersboomsoorten. Deze bomen kiemen gemakkelijk en verschijnen spontaan, produceren snel en veel groenmassa, en leveren daardoor een aanzienlijke veel diverse functiewaarden . Echter, deze bomen hebben zacht hout en zijn mede daardoor gevoeliger voor ziektes en aantastingen, wat hun kortere levensduur verklaart. Hun economische omlooptijd is vastgesteld op 60 jaar. Voorbeelden hiervan zijn verschillende elsensoorten, de meeste wilgensoorten, en vrijwel alle populierensoorten. Hoewel de omloop van deze bomen ook kan worden verlengd, is de efficiëntie lager dan bij de eerder genoemde bomengroep. Bovendien hebben we het vaak over bomen met een aanzienlijke omvang, waardoor de investeringskosten voor duurzaam bomenbehoud relatief hoog zijn, terwijl hun omloop soms maar beperkt verlengd kan worden. Daarom moet altijd eerst de vraag worden gesteld welke conditie heeft de boom en kosten moeten er worden gemaakt om de levensduur van de boom enigszins te verlengen. Veel conifeerachtige bomen (ongeveer 70-80%), waarvan niet alle snelgroeiend zijn, hebben een kortere levensduur (gemiddeld 60 jaar), die doorgaans niet significant verlengd kan worden. Ongeveer 20 tot 30% van de conifeerachtige bomen behoort tot de categorie 'bomen van de eerste grootte met normale groei', en een beperkt aantal valt onder de categorie 'bomen van de 2de grootte'. Afbeelding 4: Bomen van de 1ste grootte met snelle groei (pioniersoorten) produceren een aanzienlijke hoeveelheid biomassa maar hebben een relatief korte levensduur Voorbeelden hiervan zijn een groot aantal lijsterbessoorten, de meeste meidoornsoorten, diverse hazelaarsoorten en bijvoorbeeld een moerbeiboom. Deze bomen zijn grotendeels gecultiveerd, waardoor ze doorgaans minder sterk zijn. Dit verklaart hun kortere economische omloop van ongeveer 60 jaar. Echter, met een duurzaam bomenbeheer kan hun levensduur aanzienlijk worden verlengd tot soms wel 100 à 150 jaar. Bomen van de 2de grootte Afbeelding 5: De levensduur extra verruimen van bestaande bomen die vallen in de bomengroep van de 2de grootte is doorgaans duurzaam. Bomen van de 3de grootte Voorbeelden hiervan zijn diverse sierkersen, sierappels, en bijv. een Goudenregen. Deze groep wordt gemiddeld 40 jaar. Hun levensduur is zeker wel te verlengen maar doorgaans niet heel royaal. Daarnaast willen we opmerken dat deze bomengroep nogal wat soorten bezit die gevoelig zijn voor ziektes (waar de boom dan vroegtijdig aan bezwijkt). Het is belangrijk om eerst te overwegen of duurzaam behoud van deze bomen zinvol is. Een boom draagt pas bij aan de maatschappij wanneer deze ouder is. De groenmassa boven de grond is hierbij het meest bepalend. Deze bomengroep zal echter nooit, zelfs niet op oudere leeftijd, veel groenmassa leveren in vergelijking met andere bomengroepen. De investeringskosten zijn doorgaans wel lager ten opzichte van boombehoud bij andere boomgroepen. Afbeelding 6: De levensduur verlengen van bomen die vallen in de bomengroep van de 3de grootte is niet altijd verstandig. Bomen van de 4de grootte en overige De levensduur van deze bomengroep varieert sterk en is afhankelijk van het specifieke boomsoort. Bomen die zijn geënt op een stam (zoals de Bolacacia of de Boltrompetboom) hebben doorgaans een beperkte levensduur van 20 à 30 jaar. Daarentegen kunnen lei-lindes zeer oud worden. De linde valt van nature binnen de categorie van bomen van de 1ste grootte, maar heeft als lei-vorm aanzienlijk minder ondergrondse ruimte nodig. In dergelijke gevallen blijft de 50:50-regel altijd van toepassing. Afbeelding 7: De levensduur verlengen van deze bomengroep is echt afhankelijk van het boomsoort Struiken en heesters Zeker binnen stedelijke gebieden is al het groen van groot belang. Ook struiken en heesters dragen bij aan diverse functiewaarden, maar hun bijdrage is niet gelijkwaardig aan die van bomen. Vooral grote bomen bieden aanzienlijke hogere functiewaarden getallen, zoals weergegeven bij de verschillende afbeeldingen. Afbeelding 8: Struiken en heesters zijn waardevolle groene elementen, maar zij hebben een lagere functiewaarde dan bomen Er zijn drie soorten leeftijden: een werkelijke leeftijd, een theoretische leeftijd en een mentale leeftijd, die vaak als levensfase wordt aangeduid. De werkelijke en theoretische leeftijd zijn belangrijk, omdat het nuttig is om te weten hoe oud een boom ongeveer is. Wij hechten echter vooral waarde aan de mentale leeftijd, omdat deze iets zegt over de huidige kwaliteit van de boom en de ondergrondse groeimogelijkheden. Deze verschillende 3 soorten leeftijdscategorieën kunnen echt aanzienlijk van elkaar verschillen. Diverse soorten Leeftijden De Werkelijk leeftijd De werkelijke leeftijd van een boom kan vaak eenvoudig worden vastgesteld door het jaar van aanplant te vergelijken met het huidige jaartal. De Theoretische leeftijd Echter, de datum van de aanplant is lang niet altijd beschikbaar. Mede daarom wordt er ook weleens gebruik gemaakt van een theoretische leeftijd. Hierbij wordt de stamdoorsnede op een hoogte van 130 cm boven het maaiveld gemeten, waarbij iedere centimeter overeenkomt met een bepaald tijdsbestek. We geven een voorbeeld: een boom van de 2de grootte heeft een stamdoorsnede van 22 cm. Deze 22 cm moet dan worden vermenigvuldigd met 1,25 jaar. De theoretische leeftijd zou dan afgerond 27 jaar zijn. Deze theoretische leeftijd dient wel als indicatie en kan aanzienlijk verschillen van de werkelijke leeftijd. Wanneer een boom slecht of minder snel groeit, wordt deze automatisch als jonger geclassificeerd, wat soms een heel verkeerd beeld kan geven. Tabel 2:Een indicatie tabel t.b.v. de leeftijdsberekening van diverse boomgroepen. Diverse levensfases (De mentale leeftijd) Bij ons mensen zit er een verschil tussen een werkelijke en een mentale leeftijd. Ditzelfde geldt voor bomen en planten. Om dit uit te leggen, gebruiken we weer het voorbeeld van de terrasplant. Als u situatie 1 met de verwijderde pot bekijkt, dan ziet u een enorme witte wortelmassa die zich niet verder kan ontwikkelen. Deze terrasplant zal dan ook geen jaar meer meegaan op uw terras. Hij zal beetje bij beetje wegkwijnen. Afbeelding 9: Aan de hand van een terrasplant worden er diverse situaties weergeven die ook van toepassing zijn op een boom Situatie 1 Situatie 2 Situatie 3 Situatie 4 Als we de terrasplant 1 en 2 zouden vergelijken met de bomentabel volgens Figuur 1, dan zal deze ingeschaald worden volgens levensfase 7 of 8. Hij zal uiteindelijk gaan omschakelen naar fase 9 en 10, waar hij sterft. Zijn toekomst wordt verruimd zodra u de terrasplant verpot naar een veel grotere pot, volgens Situatie 3. De groei en waterbufferingsmoglijkheden worden zo in ruime mate verruimd, waardoor de terrasplant nu ingeschaald kan worden bij levensfase 5 en 6. Figuur 1: diverse levensfases van een boom, van jong t/m aftakeling Je kan vrijwel nooit zeggen: “die boom wordt zo hoog” (zoals vaak wel beweerd wordt op internet). De omstandigheden waarbinnen een boom zich bevindt zijn immers heel invloedrijk op de ontwikkeling, waarbij de ondergrondse groeiruimte, de waterbufferingsmoglijkheden en de capillaire werking een hele belangrijke rol spelen. Een mooi voorbeeld zijn de ‘verschillende grondwaterprofielen’ , waarbij de ondergrondse groeiruimte per profiel in het lichtbruin wordt weergegeven. Groeiruimte en waterbufferings- mogelijkheden versus levensfases Figuur 3: Weergave van 5 soorten grondwaterprofielen, die allemaal een andere uitwerking hebben op de ontwikkeling van een boom. Een te hoge grondwaterstand Grondwaterprofiel Contactwaterprofiel Hangwaterprofiel Een diepliggend schijnwaterprofiel 1 Een hoogliggend schijnwaterprofiel 2 Stel dat we 40 jaar geleden bij alle 6 de verschillende waterprofielen exact dezelfde boommaat hadden aangeplant, ervan uitgaande dat de overige criteria zoals infiltratiemogelijkheden en bodemsamenstelling 100% vergelijkbaar zijn. Dan zouden volgens Figuur 3 ongeveer deze verschillende boomgroottes zijn ontstaan. Ook de levensfase van elke boom zou verschillend zijn. De boom die is afgebeeld bij “een te hoge grondwaterstand” bevindt zich in levensfase nummer 8. Hoewel de boom met het grondwaterprofie l vier keer zo groot is qua kroonomvang, bevindt deze boom zich slechts in levensfase nummer 5 of 6. De boom met het hangwaterprofiel blijft achter in groei, hij kan namelijk het grondwater niet bereiken. Maar dit betekent niet automatisch dat hij in een slechte levensfase verkeert. De grondkwaliteit en de waterhuishoudmogelijkheden zal doorslaggevend zijn, er is immers genoeg ondergrondse groeiruimte. Figuur 3: Een weergave van 4 verschillende grondsoorten die allemaal een andere uitwerking hebben op de ontwikkeling van een boom. De invloed van de grondkwaliteit en grondsamenstelling kunnen we op eenzelfde manier weergeven. Als we 40 jaar geleden overal, bij alle 4 de diverse grondsamenstellingen, exact dezelfde boom aangeplant zouden hebben en we er wederom vanuit gaan dat de andere voorwaardes, zoals het grondwaterprofiel, 100% vergelijkbaar zijn, dan zullen er verschillende boomgroottes ontstaan. Het ene bodemtype biedt immers gewoon betere voorwaardes dan de andere bodemtype. Lees hierover meer op de informatiepagina 'bodemtypes versus bomen'.
- Boom Effect Analyse, advies en rapportages | Bomen-Online.info
Boom Effect Analyses, Boom Effect Adviezen en andere boomtechnische rapportages, waaronder boomveiligheidscontroles, boominventarisaties en boomgroeiplaatsrapportages. Boom -analyses -adviezen -rapportages Bomen-Online.info -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Advies, Ontwerp & informatievoorziening voor: Technische boom- en groen- rapportages Advies aanleg boomgroeiplaats Bomen effect analyses Bomen effect adviezen Boomveiligheidscontrole Boom - Groen Vitaliteit en inventarisaties rapportages Wat is een Bomen Effect Analyse ? Een Bomen Effect Analyse (BEA) is vaak verplicht, met name bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van bomen. Veel gemeenten vereisen een Bomen Effect Analyse als onderdeel van een vergunningsaanvraag voor bouw- of aanlegprojecten die mogelijk invloed hebben op bomen. Het doel van de analyse is om de impact van deze werkzaamheden op de bomen te beoordelen en te bepalen of, en onder welke voorwaarden, de bomen behouden kunnen blijven. Richtlijn bomen effect analyse, deze werkvolgorde bestaat uit 4 onderdelen en 12 bouwstenen (2.00 t/m 5.00. De inleiding is geen formeel onderdeel van een Bomen-effect analyse Formeel gezien is een Bomen Effect Analyse een werkvolgorde volgens de landelijke Richtlijn Bomen Effect Analyse (BEA). De richtlijn bestaat uit 12 bouwstenen, verdeeld over 4 onderdelen (onderdeel 2.00 t/m 5.00), die op deze pagina nader worden toegelicht. Hoewel de inleiding geen formeel onderdeel is van een Bomen Effect Analyse, vormt deze in de rapportage wel de introductie op de vier onderdelen. Het volgen van deze werkvolgorde zorgt ervoor dat alle betrokken partijen dezelfde uitgangspunten en beoordelingscriteria kunnen hanteren. Wat kost een Bomen Effect Analyse? Ter indicatie: een complete Boom Effect Analyse, opgebouwd volgens de 12 formele bouwstenen met 6 onderzoeksvragen, begint vanaf circa € 750,-. De uiteindelijke kosten zijn onder andere afhankelijk van: het aantal bomen; de omgeving en het aantal beoordelingskaders; de complexiteit van de situatie; en soms de reisafstand (boven de 100 km). Het uitwerken van één projectlocatie, inclusief één 3D-verbeelding, is een vast onderdeel van onze werkwijze. Hiervoor is een juiste en volledige projecttekening van de opdrachtgever essentieel. Aanvullende eisen die buiten de 12 formele bouwstenen vallen, waaronder eventueel noodzakelijke aanvullende tekeningen, zijn niet in deze prijsindicatie opgenomen. Bij vijf of meer bomen zal de prijs doorgaans stijgen. Bij grotere aantallen kan een Boom Effect Analyse, afhankelijk van de omvang en complexiteit van het onderzoek, oplopen tot enkele duizenden euro's. De kosten van een Boom Effect Advies of Boom Effect Scan kunnen sterk verschillen per project. Neem contact met ons op voor meer informatie en een specifiek kostenoverzicht, zodat u vooraf inzicht heeft in de kosten van een Boom Effect Analyse. Waarom zou u ons bedrijf hiervoor kiezen? Illustraties en verbeeldingen vormen een belangrijk onderdeel van onze rapportages. Hiermee kunnen ook complexe boomtechnische onderwerpen duidelijk en toegankelijk worden gepresenteerd voor een bredere doelgroep. Via Bomen-Online.info bieden wij aanvullende achtergrondinformatie over onderwerpen die binnen onze rapportages aan de orde komen. Bij uitgebreidere of complexere Boom Effect Analyses kunnen wij ondersteuning bieden bij burgerparticipatie, onder andere met projectgerichte 2D- en 3D-verbeeldingen. Tot slot kijken wij naar het complete plaatje. Onze expertise gaat verder dan alleen bomen en omvat ook de groene, grijze en blauwe buitenruimte. De kosten van een boom effect analyse beginnen vanaf circa € 750,- Bomen Effect Analyse of Bomen Effect Advies ? Wat zijn de verschillen tussen een Bomen Effect Analyse en een Bomen Effect Advies? Een Boom Effect Analyse is hoofdzakelijk een beoordelingsrapportage. De verdere uitwerking van kansen en ontwikkelingsmogelijkheden behoort toe aan een Boom Effect Advies. De 4 onderdelen (12 Bouwstenen) van een bomen effect analyse De 4 onderdelen en 12 bouwstenen van een Boom Effect Analyse Onze Boom Effect Analyses worden inhoudelijk altijd opgebouwd volgens de 12 formele bouwstenen uit de landelijke Richtlijn BEA. Daarnaast hebben wij een eigen, vernieuwde rapportstructuur ontwikkeld. Hierin zijn de 12 bouwstenen aangevuld met onderzoeksvragen en heeft ieder boomtechnisch hoofdstuk een eigen functieomschrijving gekregen. De inhoudelijke basis blijft daarbij ongewijzigd: de 12 formele bouwstenen uit de Richtlijn BEA. Voor meer informatie over deze vernieuwde Boom Effect Analyse verwijzen wij u graag naar de voorzijde van onze website. De belangrijkste veranderingen zijn de toevoeging van zes onderzoeksvragen en een eigen functieomschrijving voor ieder boomtechnisch hoofdstuk. Hieronder worden deze kort toegelicht. Voorstudie: Het in kaart brengen v.d. juiste vragen t.b.v. de werkzaamheden en duurzaam boombehoud De voorstudie is gericht op het verzamelen en beoordelen van beschikbare bureaugegevens die nodig zijn voor het beantwoorden van de zes onderzoeksvragen. Waar mogelijk worden op basis van deze gegevens al eerste deelconclusies getrokken. Daarnaast worden de uitgangspunten van het project vastgesteld en wordt de uitvraag beoordeeld. Ook worden diverse theoretische functiewaarden van de boom bepaald. Hierbij worden onder andere de criteria uit de Bomenverordening meegenomen, zoals de ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische en sociale waarde. Het veldwerk omvat het verzamelen van omgevings-, meet- en boomgegevens op locatie Het veldwerk binnen een Boom Effect Analyse is gericht op het verzamelen en beoordelen van de veldgegevens die nodig zijn voor het beantwoorden van de zes onderzoeksvragen. Waar mogelijk worden op basis van deze gegevens al eerste deelconclusies getrokken. Het veldwerk is onderverdeeld in drie paragrafen. De algemene inventarisatie omvat onder andere gegevens over de boomsoort, leeftijd en omgeving. Vervolgens wordt de kwaliteit van de boom in kaart gebracht, waaronder de boomconditie. Tot slot worden de boven- en ondergrondse groeimogelijkheden onderzocht. Deze groeiruimte, binnen de landelijke Richtlijn BEA aangeduid als ‘ruimtestudie’, speelt een belangrijke rol bij het bepalen van de huidige toekomstverwachting van de boom. Analyse van de huidige situatie en een analyse van de impact van geplande werkzaamheden In hoofdstuk 4 worden de gegevens en deelconclusies uit de voorstudie en het veldwerk samengebracht en integraal beoordeeld. Op basis hiervan worden de zes onderzoeksvragen afzonderlijk beantwoord en worden de belangrijkste kansen, knelpunten en gevolgen voor de bomen inzichtelijk gemaakt. De analyse vormt daarmee de basis voor het uiteindelijke advies en de eindconclusie. Verschillende omlooptijden (soort toekomstverwachtingen) leveren ook andere boomwaarden op In de eindconclusie worden de antwoorden op de zes onderzoeksvragen samengebracht tot één integrale eindconclusie. Deze vormt tevens een korte samenvatting van de belangrijkste bevindingen uit de Boom Effect Analyse en wordt waar nodig ondersteund met randvoorwaarden voor het duurzaam behoud van de bomen. Afhankelijk van het project kunnen daarnaast aanvullende services worden opgenomen. Technische en creatieve oplossingen voor tuin en landschap, voor boom-, groen- en klimaatadaptatie
- Herplant en groeiplaatsadvies voor bomen | Bomen-Online.info
Advies over herplant en groeiplaatsen voor bomen, afgestemd op functiegebied, ambitieniveau, groeimogelijkheden, klimaatadaptatie en ecosysteemdiensten. Aanplant en groeiplaatsadviezen Bomen-Online.info -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Advies, Ontwerp & informatievoorziening voor: Herplant en groeiplaatsadviezen Boomgroeiplaatsadvies. De afgelopen jaren zijn wij al veel bezig geweest met het ontwikkelen van duurzame en innovatieve boomgroeiplaatsen die aansluiten op hun omgeving. (Lees ook groeiruimtes en aanleg groeiruimte voor een boom .) Hier een voorbeeld. Tilburg had zich als doel gesteld om 1500 tot 2000 bomen duurzaam te herplanten en introduceerde hiervoor een nieuw en zeer ambitieus plan van aanpak. Ondanks de gebruikelijke kinderziektes is er inmiddels een werkwijze ontstaan die als voorbeeld kan dienen voor andere partijen. Gezien de vele afwegingen blijft het een uitdaging om de meest geschikte boom en boomgroeiplaatsen te bepalen. Pagina 1: De locaties van de bomen in de gemeente Tilburg die vervangen zijn (2023) of nog vervangen gaan worden. Pagina 2: Sortimentsadvies op basis van: Functiegebied, Biodiversiteit, Klimaatadaptatie en de mogelijkheden ter plaatse. ------- Klik op de afbeeldingen voor een hoge leeskwaliteit (PDF). Download de gehele presentatie Samenvattend: voor een correcte inventarisatie met betrekking tot de mogelijke werkzaamheden en om de juiste (groei)ruimte te vinden (de afmetingen van de boomgroeiplaats), is een locatie bezoek per boom noodzakelijk. Raadpleeg de vier pagina's voor aanvullende informatie. Voor elke boom is een specifiek groeiplaatsadvies geschreven (circa 2000 in totaal). In 90% van de gevallen is er een verbetering geadviseerd. Het advies is gebaseerd op functiegebied, ambitieniveau, groeimogelijkheden, klimaatadaptatie, ecosysteemdiensten, biodiversiteit en lokale mogelijkheden. Soms wordt een uitgebreid vergroeningadvies gegeven, ondersteund door technische CAD-tekeningen. In sommige gevallen is een betere locatie in de buurt gekozen. Pagina 3: Vanwege kabels & leidingen of concurrentiegroei is er soms voor een andere boomlocatie gekozen Pagina 4: Waar mogelijk heeft er een vergroening plaatsgevonden ------- Klik op de afbeeldingen voor een hoge leeskwaliteit (PDF). Download de gehele presentatie Technische en creatieve oplossingen voor tuin en landschap, voor boom-, groen- en klimaatadaptatie
- 2D en 3D tuin- en landschapsontwerp | Bomen-Online.info
Technisch en creatief tuin- en landschapsontwerp in 2D en 3D, voor het ontwerpen, uitwerken en visualiseren van tuinen, landschappen en buitenruimtes. 2D en 3D Tuin - Landschap - en Technische oplossingen Bomen-Online.info -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Advies, Ontwerp & informatievoorziening voor: Zoals op de gehele website te zien is, vormen tuin- en landschapsontwerp samen met civieltechnische tekeningen, zowel in 2D als 3D, altijd een belangrijk onderdeel. Dit omvat onder andere 3D-ontwerpen voor bomen, tuin- en landschapsontwerpen en civieltechnische 3D-tekeningen van bomen. Om de voorbeelden op de site voldoende gevarieerd te houden, wordt op deze pagina een daktuin weergegeven Creatieve 2D ontwerpen Creatieve 3D ontwerpen Technische 2D tekeningen Technische 3D tekeningen Technische en creatieve oplossingen voor tuin en landschap, voor boom-, groen- en klimaatadaptatie
- Gehanteerde documenten en richtlijnen | Bomen-Online.info
Overzicht van gehanteerde documenten, richtlijnen en informatiebronnen die als basis of achtergrond dienen voor onze boomtechnische rapportages en adviezen. Bomen-Online.info Kennis & informatievoorziening voor: -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Inhoud: Bomen Effect Analyse -Advies Handboek bomen, Kennisbank en Norminstituut bomen Toelichting: Beoordeling functie of waarde van de boom Beoordelingscriteria Functiewaarden 1: Waarde voor stadsschoon of landschap Beoordelingscriteria Functiewaarden 2: Natuur- en milieu waarde Beoordelingscriteria Functiewaarden 3 : Cultuurhistorische waarde Beoordelingscriteria Functiewaarden 4: Waarde voor de leefbaarheid Classificering Biodiversiteit Toelichting Classificering Biodiversiteit De groene lijst versus Biodiversiteit De zwarte lijst versus Biodiversiteit De gele lijst versus Biodiversiteit Gehanteerde en diverse documenten Een Boom Effect Analyse is een werkvolgorde die is opgesteld door de Bomenstichting in samenwerking met het Centrum Regelgeving en onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Een min of meer landelijk erkende richtlijn waaraan alle overheidsinstellingen zich hebben verbonden, overigens wordt de richtlijn ook steeds meer gebruikt door derde, niet alleen omdat het consequent volgen van de werkvolgorde, die bestaat uit 12 standaardbouwstenen, verdeeld over 4 hoofdstukken, erg handig is, het is in hoofdzaak ook erg prettig dat alle partijen dezelfde criteria hanteren. De richtlijn van een Boom Effect Analyse is dus een sterk wapen tegen het (onbedoeld) verwijderen van waardevolle bomen door bouw- of aanlegactiviteiten. Deze werkvolgorde brengt in een vroegtijdig stadium de bouw- of aanlegeffecten in kaart die betrekking hebben op de kwaliteit van de boom, de betekenis en het mogelijk duurzaam behoud. Daarnaast worden eventuele kansen en knelpunten voor de bomen in kaart gebracht. De verdere uitwerking van mogelijke kwaliteitsverbeteringen behoort toe aan een Boom Effect Advies. Boom Effect Analyse - Advies Afbeelding 1: Richtlijn bomen effect analyse, deze werkvolgorde bestaat uit 4 onderdelen en 12 bouwstenen. Een Boom Effect Analyse is een gestructureerde werkvolgorde. Echter, tenzij anders vermeld in het rapport, wordt bij de boomtechnische inhoud van onze rapportages waar van toepassing gebruikgemaakt van het Handboek Bomen. Het Handboek Bomen omvat gestandaardiseerde kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing kunnen zijn bij uitvoerende werkzaamheden aan of rondom een boom. De toepassing van het Handboek Bomen binnen een organisatie draagt bij aan professionele kwaliteitszorg rond bomen. Het Handboek Bomen is ook geschikt als naslagwerk en dient als onafhankelijke kennisbron. Via de Kennisbank kunnen gebruikers online een breed scala aan onderwerpen raadplegen. De kwaliteitseisen, richtlijnen en normen in het Handboek Bomen kunnen dienen als onderbouwing van een advies aan collega’s, het college van burgemeester en wethouders en overige belanghebbenden, zoals bewoners. Elke vier jaar verschijnt er een update van het Handboek Bomen. Het Handboek Bomen is inhoudelijk gevalideerd door vakspecialisten uit de branche. Naast deelname van opdrachtgevers, opdrachtnemers en opleiders zijn externe specialisten intensief betrokken bij de validatie. Denk hierbij aan boomkwekers, bodemkundigen en civiele deskundigen. Handboek bomen, Kennisbank en Norminstituut bomen Afbeelding 2: Het Handboek Bomen is een erkende bron die gestandaardiseerde kwaliteitseisen bevat en tevens dient als naslagwerk. Toelichting: Beoordeling functie of waarde van de boom Naast de algemene functiewaarden die voor elke boom van toepassing zijn, is de omgeving waarbinnen een boom zich bevindt ook van belang. Een boom binnen het stedelijk gebied heeft doorgaans een andere waarde dan een boom in het buitengebied. Gemeenten kunnen in een bomenverordening of andere lokale regelgeving regels opnemen om bepaalde bomen en houtopstanden (extra) te beschermen. Binnen onze beoordeling onderscheiden wij vier beoordelingscriteria: Beoordelingscriteria 1: Waarde voor stadsschoon of landschap Beoordelingscriteria 2: Natuur- en milieuwaarde Beoordelingscriteria 3: Cultuurhistorische waarde Beoordelingscriteria 4: Waarde voor de leefbaarheid Op elk van de bovengenoemde criteria kan een boom 3 mogelijke classificeringen krijgen : Topwaarde Hoge waarde Normale waarde Afbeelding 1:In de bomenverordening zijn regels opgenomen om bepaalde bomen en houtopstanden (extra) te beschermen Beoordelingscriteria 1: Waarde voor stadsschoon of landschap Bomen die geen of nauwelijks toegevoegde waarde hebben voor het stadsschoon of het landschap vallen in categorie B3. Een boom van een beperkte grootte zal zelden beeldbepalend zijn voor de gemeente. Hij kan echter wel in een verder boomloze straat beeldbepalende waarde hebben voor de directe omgeving. Zo’n boom kan dus in categorie B2 vallen. Categorie B1 - Topwaarde: Beeldbepalend voor de gemeente; Categorie B2 - Hoge waarde: Beeldbepalend voor de wijk of buurt; Categorie B3 - Normale waarde: Zichtbaar of beeldbepalend voor de plek of de directe omgeving Beoordelingscriteria 2: Natuur- en milieuwaarde Inheemse boomsoorten kunnen ecologisch gezien een hoge waarde hebben, omdat er ‘van nature’ meer planten, dieren en insecten gebruikmaken van deze boomsoorten. Bekijk en lees ook de Biodiversiteitsclassificaties. Daarentegen kan een grote uitheemse boom meer schuilplaats en andere ecosysteemdiensten bieden dan een kleine inheemse boom. Categorie N1 - Topwaarde: Ecologisch of milieutechnisch waardevol voor de gemeente; Categorie N2 - Hoge waarde: Ecologisch of milieutechnisch waardevol voor buurt of wijk; Categorie N3 - Normale waarde: (beperkte) toegevoegde ecologische of milieutechnische waarde voor de plek of de directe omgeving. Beoordelingscriteria 3: Cultuurhistorische waarde Het gaat hier om bomen verweven met de geschiedenis van de omgeving. Het kunnen tevens bomen zijn die als gedenkboom zijn aangeplant of onderdeel uitmaken van een gemeentelijk monument of rijksmonument. Categorie C1 - Topwaarde: Cultuurhistorisch waardevol voor de gemeente; Categorie C2 - Hoge waarde: Cultuurhistorisch waardevol voor buurt of wijk; Categorie C3 - Normale waarde: Cultuurhistorisch waardevol voor de plek of de directe omgeving. Beoordelingscriteria 4: Waarde voor de leefbaarheid Het gaat hier om de mate waarin dat de boom een bijdrage levert aan een aangename woonomgeving. Bijvoorbeeld door te zorgen voor gewenste beschaduwing of een plek om te spelen, zoals een klimboom. Categorie L1 - Topwaarde: Waardevol voor de leefbaarheid van de gemeente; Categorie L2 - Hoge waarde: Waardevol voor de leefbaarheid van buurt of wijk; Categorie L3 - Normale waarde: Waardevol voor de leefbaarheid van de plek of de directe omgeving. Classificering Biodiversiteit In 2010 was er nog ongeveer een derde over van onze biodiversiteit vergeleken met 1900. Dit verlies is onder andere te wijten aan intensieve landbouw, de aanleg van wegen en vooral verstedelijking en verstening. Het aanplanten van bijvoorbeeld extra bomen lijkt een voor de hand liggende oplossing. Echter, niet elke boom ondersteunt hetzelfde aantal dieren- en plantensoorten. Een Zomereik en een Schietwilg, (die beide op de groene lijst staan) ondersteunen direct en indirect ongeveer 450 verschillende dieren- en insectensoorten, terwijl een Amerikaanse eik (die op de zwarte lijst staat) slechts ongeveer 13 dieren- en insectensoorten ondersteunt. Nog een voorbeeld, een plataan (die vermeld staat op de gele lijst) is uitstekend geschikt als stadsboom dankzij zijn weerstand tegen voedselarme bodems, droogteperioden, gesloten verharding en strooizout. Bovendien kan deze boom snel een dichte groene massa vormen, wat gunstig is voor schaduwvorming. Echter, in termen van biodiversiteit levert de plataan slechts een matige bijdrage. En daarom staat hij op de gele lijst. Tabel 1: De Groene lijst met boomsoorten die veel bijdragen aan de Biodiversiteit De groene, gele en zwarte lijst versus Biodiversiteit Sinds enkele jaren wordt er een groene, gele en zwarte lijst gehanteerd. Praktisch alle inheemse boomsoorten (boomsoorten die van oorsprong in Nederland voorkomen) leveren doorgaans een hogere bijdrage aan de biodiversiteit. Veel van deze soorten staan op de groene lijst. Daarnaast is er sprake van uitheemse boomsoorten, (boomsoorten die van oorsprong niet in Nederland voorkwamen) ook wel exoten genoemd. Tabel 2: De zwarte en de gele lijst met boomsoorten die beperkt bijdragen of zelf schadelijk zijn voor de biodiversiteitt Niet alle exoten die zich vestigen vormen een risico voor de natuur, deze boomsoorten staan op de gele lijst. Sommige soorten, die aangeduid worden als invasieve exoten, gedijen echter zo goed dat ze inheemse soorten verdringen, schade aan de natuur veroorzaken en verlies van biodiversiteit met zich meebrengen. Deze soorten staan daarom op de zwarte lijst. Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek, Wageningen University & Research en Natuur & Milieu De groene lijst versus Biodiversiteit Latijnse Naam Nederlandse Naam Drietandesdoorn Veldesdoorn/Spaanse aak Kolchise esdoorn Noorse esdoorn Gewone esdoorn Rode esdoorn Zilver esdoorn Rode paardenkastanje Witte paardenkastanje Japanse Kaukasische els Hartbladige els Zwarte els Witte els Krentenboompje Zwarte berk Papierberk Ruwe berk Zachte berk Witte Himalayaberk Haagbeuk Tamme kastanje Trompetboom Zwepenboom Judasboom Gele kornoelje Rode kornoelje Zweedse kornoelje Hazelaar Bastaard hanespoordoorn Tweestijlige meidoorn Eenstijlige meidoorn Beuk frangula Vuilboom/sporkehout Smalbladige es Gewone es Pluim-es Valse Christusdoorn Hulst Jeneverbes Chinese vernisboom Wilde liguster Tulpenboom Appel (alle soorten) Mispel Witte moerbei Zwarte moerbei Fijnspar Blauwe spar Zwarte den Grove den Acer buergerianum Acer campestre Acer cappadocicum Acer platanoides Acer pseudoplatanus Acer rubrum Acer saccharinum Aesculus ×carnea Aesculus hippocastanum Alnus ×spaethii Alnus cordata Alnus glutinosa Alnus incana Amelanchier arborea Betula nigra Betula papyrifera Betula pendula Betula pubescens Betula utilis Carpinus betulus Castanea sativa Catalpa bignonioides Celtis occidentalis Cercis siliquastrum Cornus mas Cornus sanguinea Cornus suecica Corylus avellana Crataegus ×lavallei Crataegus laevigata Crataegus monogyna Fagus sylvatica Frangula alnus/Rhamnus Fraxinus angustifolia Fraxinus excelsior Fraxinus ornus Gleditsia triacanthos Ilex aquifolium Juniperus communis Koelreuteria paniculata Ligustrum vulgare Liriodendron tulipifera Malus (alle soorten) Mespilus germanica Morus alba Morus nigra Picea abies Picea pungens Pinus nigra Pinus sylvestris Latijnse Naam Nederlandse Naam Grauwe abeel Zwarte populier Ratelpopulier Balsempopulier Zoete kers Kerspruim Zure kers Mantsjoerijse kers Gewone vogelkers Japanse sierkers Japanse sierkers Sleedoorn Sierpeer Wilde peer Moseik Scharlaken eik Hongaarse eik Steeneik Moeraseik Wintereik Zomereik Wegedoorn Bindwilg Schietwilg Geoorde wilg Chinese treurwilg Boswilg Grauwe wilg Kraakwilg Laurierwilg Bittere wilg Kruipwilg Amandelwilg Katwilg Gewone vlier Bergvlier Lijsterbes Zweedse meelbes Breedbladige meelbes Honingboom Honingboom Franse tamarisk Venijnboom Gewone linde Gewone linde Amerikaanse linde Winterlinde Zomerlinde Zilverlinde Iep (alle soorten) Populus ×canescens Populus nigra Populus tremula Populus trichocarpa Prunus avium Prunus cerasifera Prunus cerasus Prunus maackii Prunus padus Prunus sargentii Prunus serrulata Prunus spinosa Pyrus calleryana Pyrus pyraster Quercus cerris Quercus coccinea Quercus frainetto Quercus ilex Quercus palustris Quercus petraea Quercus robur Rhamnus cathartica Salix ×rubens Salix alba Salix aurita Salix babylonica Salix caprea Salix cinerea Salix fragilis Salix pentandra Salix purpurea Salix repens Salix triandra Salix viminalis Sambucus nigra Sambucus racemosa Sorbus aucuparia Sorbus intermedia Sorbus latifolia Styphnolobium japonicum Sophora japonica Tamarix gallica Taxus baccata Tilia ×europaea Tilia vulgaris Tilia americana Tilia cordata Tilia platyphyllos Tilia tomentosa Ulmus (alle soorten) Tabel 3: De Groene lijst met boomsoorten die veel bijdragen aan de Biodiversiteit De Zwarte lijst versus Biodiversiteit Latijnse Naam Nederlandse Naam Wilgacacia Vederesdoorn Grijze streepjesbastesdoorn Hemelboom Amerikaans krentenboompje Krentenboompje Erwtenboompje Canadese kornoelje Dwergmispel Dwergmispel Dwergmispel Grote boogcotoneaster Rimpelige cotoneaster Wilgbladige cotoneaster Smalle olijfwilg Zilverwilg Langstelige olijfwilg Acacia saligna Acer negundo Acer rufinerve Ailanthus altissima Amelanchier lamarckii Amelanchier spicata Caragana arborescens Cornus sericea Cotoneaster ×watereri Cotoneaster ambiguus Cotoneaster boisianus Cotoneaster bullatus Cotoneaster rehderi Cotoneaster salicofolius Elaeagnus angustifolia Elaeagnus commutata Elaeagnus multiflora Latijnse Naam Nederlandse Naam Schermolijfwilg Pennsylvaanse es Anna Paulownaboom Weymouthden Canadapopulier Witte abeel Mesquite Amerikaanse vogelkers Kleine vogelkers Amerikaanse eik Azijnboom Valse acacia Sering Bijenboom Talgboom Westelijke hemlockspar Elaeagnus umbellata Fraxinus pennsylvanica Paulownia tomentosa Pinus strobus Populus ×canadensis Populus alba Prosopis juliflora Prunus serotina Prunus virginiana Quercus rubra Rhus typhina Robinia pseudoacacia Syringa vulgaris Tetradium daniellii Triadica sebifera Tsuga heterophylla Tabel 4: De Zwarte lijst met boomsoorten die schadelijk zijn voor de Biodiversiteit De gele lijst versus Biodiversiteit Boomsoorten die niet op de groene of zwarte lijst voorkomen, worden door ons automatisch op de gele lijst geplaatst. De term "de gele lijst" is door ons zelf in het leven geroepen wegens gebrek aan een betere benaming, Het is dus geen erkende of veel voorkomende term.
- Poster: werken rond bomen | Bomen-Online.info
In deze poster worden diverse soorten boomschade bij werkzaamheden rond bomen weergegeven. Schade aan boomwortels is een belangrijke oorzaak van vroegtijdige boomsterfte. Poster: Richtlijnen werken rond bomen Afbeelding: De poster "Werken rond bomen" benoemt vijf soorten wortelschade. Bomen-Online.info Kennis & informatievoorziening voor: -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling
- Bodemtypes en bodemkwaliteit versus bomen | Bomen-online.info
Het bodemtype en de bodemkwaliteit hebben grote invloed op de ontwikkeling en toekomstverwachting van een boom. Bomen-Online.info Kennis & informatievoorziening voor: -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Bodemkwaliteit en verschillende bodemtypen voor bomen INHOUD: Vooraf doorlezen is wel een pre Bodemkwaliteit en bodemtypes Bomen in het bebouwd of stedelijk gebied Het ontstaan van onze bodems Vooraf Deze informatie behandelt de bodemkwaliteit en de gewenste bodemsamenstelling voor bomen. Deze vormen tevens belangrijke criteria voor de aanleg van een goede groeiplaats. Op deze pagina wordt regelmatig verwezen naar de onderstaande vier onderwerpen, maar deze worden hier niet afzonderlijk beschreven. Bent u nog niet bekend met deze vier onderwerpen, dan adviseren wij u deze eerst te raadplegen. De 4 belangrijkste basis bodemelementen Wat maakt bodemkunde dan soms zo ingewikkeld? Toelichting van de 4 belangrijkste basis bodemelementen Element Zand. Zand (ver)kleuringen Zandfractie en korrelgroottes (incl. Tabel) Kwaliteit- Zandfractie = Poriënvolume Het element zand. Vaak bepalend voor de bodemkwaliteit Element: Silt - Leem Element: Lutum – Klei Element: Organisch stof – Veen Tabel en classificaties Organisch stof Organische stof versus zandgrond Organische stof versus zwaardere bodemtypes Element: Löss (variant van silt) Overige bodemelementen Nederland kent feitelijk maar 3(4) bodemtypes! Het vaststellen van een bodemtype Wanneer is er dan sprake van een zandgrond? --- Leemlose zandgrond --- Leemarme zandgrond --- Lemige zandgrond --- Sterk leemhoudende zandgrond Wanneer is er dan sprake van een leemgrond? --- Lössgrond is een variant van leemgrond Wanneer is er dan sprake van een Kleigrond? Rivier- Jonge- en oude- zeeklei Lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden --- Zavelgrond (zeer lichte kleigrond) --- Lichte kleigrond --- Matige kleigrond --- Zware kleigrond --- Veenachtige kleigronden Wanneer is er dan sprake van een Veengrond 2.0 Waterhuishouding. 1.0 Groeiplaatsberekening 3.0 Grondwaterstanden 4.0 Infiltratiemogelijkheden boomgroeiplaats Samenvatting van een boomgroeiplaats volgens vier vuistregels. Klik op de nummers 1.0 t/m 4.0 in de afbeelding voor meer informatie. Daarnaast is er een PDF met hogere leeskwaliteit, die automatisch op een andere pagina opent. Bodemkwaliteit en bodemtypes De afgebeelde plattegrond is een gedetailleerde kaart van Nederland, afkomstig van Bodemdata. Dit is een website die wordt onderhouden door Wageningen University & Research (WUR) en het Ministerie van Landbouw. De site is openbaar toegankelijk via https://bodemdata.nl/basiskaarten. Op deze website zijn meer dan 200 erkende bodemtypes opgenomen, weergegeven en tot in detail beschreven. De beschrijvingen zijn vaak zeer technisch van aard, waardoor ze voor de gemiddelde Nederlander moeilijk te begrijpen zijn. In essentie is het niet zo moeilijk, hoewel het op internet soms onbedoeld ingewikkeld wordt gemaakt. Hoe dan ook, elk kleurvlak op kaart 1 is een uniek bodemtype en bestaat uit verschillende grondlagen. Bodemkaart nr.1 biedt uitgebreide gegevens. Op deze pagina presenteren we op een vereenvoudigde manier de vier tot zes belangrijkste bodemtypes die in Nederland voorkomen volgens Bodemkaart nr.2. Met deze informatie krijgt u als mogelijke niet-deskundige een helder inzicht in de Nederlandse bodems Bodemkaart nr. 1: Detail kaart Bodemdata.nl Bodemkaart nr. 2: Bodemkaart met 6 bodemtypes. Bomen in het bebouwd of stedelijk gebied Het is belangrijk om te weten dat de bodemstructuren in bebouwde of stedelijke gebieden vaak zijn onderworpen aan intensieve grondbewerking, zoals bij de aanleg van rioleringen en andere infrastructuur. Hierdoor zijn de oorspronkelijke bodemtypes vaak niet meer herkenbaar. Het ontstaan van onze bodems Onze bodem, die meestal uit diverse grondlagen bestaat, is ontstaan door miljoenen jaren van slijtage aan stenen en rotsen, veroorzaakt en verspreidt door wind, water en ijs (ook vaak benoemd als erosie). Met andere woorden, het vrijkomende slijtagestof, vormt onze Nederlandse bodems. Dit proces vond voornamelijk plaats tijdens de ijstijden, maar het gebeurt ook vandaag de dag nog steeds. Denk bijvoorbeeld aan Saharazand dat op uw auto terechtkomt. Wetenschappers hebben berekend dat onze bergen over 1.000 jaar gemiddeld 2 à 3 meter lager zullen zijn als gevolg van erosie. Ook bij hedendaagse overstromingen neemt het water soms grote hoeveelheden slib mee. De 4 belangrijkste elementen en hun afmetingen Het organische stofgehalte is een element dat u kunt vergelijken met potgrond en wat in variërende hoeveelheden in elke bodem voorkomt (van zeer beperkt tot meer overvloedig, zoals bij veengrond). Naast dit organische stofgehalte, worden hieronder de drie belangrijkste korrelgroottes weergegeven. Deze vier genoemde elementen (incl. het organische stof) bepalen gezamenlijk (voor 95%) de opbouw van onze Nederlandse bodems. De indeling is dus niet veel ingewikkelder dan dit. De termen zand, slib en klei verwijzen naar de afmeting van het slijtagestof (zoals bij zandkorrels). Figuur 2: Samenvatting van de vier essentiële elementen die voor 90% het type bodem of de kwaliteit van de groeiplaats van bomen bepalen. Waar zit de complexiteit? Het is belangrijk duidelijk onderscheid te maken tussen een bodemtype, een samenstelling (die in dit document ook wel aangeduid wordt als grondlaag), en een element. Anders gezegd: een zandgrond (wat een bodemtype is, zie kolom A), een zandlaag of -samenstelling (kolom B), en het woord 'zand' zelf (wat een afmeting of korrelgrootte is, zie kolom C) hebben alle drie een totaal andere betekenis. Wat maakt bodemkunde dan soms zo ingewikkeld Figuur 3: De opbouw van een bodemtype. Omschrijvingen van de 4 belangrijkste bodemelementen in Nederland Onderstaand gaan we dieper in op de 4 hierboven genoemde elementen. Deze extra informatie is zeker nuttig om eens door te lezen. Daarnaast worden er enkele varianten nader omschreven. Dit geeft voldoende inzicht voor alle informatie die hier verder verstrekt wordt. Element Zand: Op de afbeelding hiernaast ziet u een schematische weergave van een paar gemiddelde zandkorrels, 25 keer vergroot. Een korrelgrootte tussen 0,063 mm en 2 mm wordt aangeduid als "zand". Als u goed kijkt, zijn sommige zandkorrels met het blote oog zichtbaar. Zand was een van de eerste elementen op onze planeet, waarschijnlijk afgezet tijdens een van de vroege ijstijden toen de aarde nog niet leefbaar was. Daardoor bevat het element zand weinig mineralen. Daarnaast begint de bodem in Nederland over het algemeen met een zandlaag aan de basis. Element nr. 1: Schematische afbeelding van zandkorrels (25x vergroot). Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat : het element zand vaak in grote hoeveelheden voorkomt bij vrijwel elk bodemtype. Bijvoorbeeld, diverse kleigronden bestaan nog steeds voor 90% uit het element zand. Het element zand is dus een van de belangrijkste element voor de ontwikkeling van bomen. Zand (ver)kleuringen Element nr. 2: Schematische zandkorrels met een hoog ijzergehalte (25x vergroot). Element nr. 3: Schematische zandkorrels met een hoog kalkgehalte (25x vergroot). De kleur van zand wordt voornamelijk bepaald door het gehalte aan kalk en ijzer. IJzermineralen kunnen oxideren, wat kan resulteren in de verandering van wit zand naar lichtbruin. Zandlagen die door zeewater zijn gevormd, bevatten doorgaans veel kalk afkomstig van schelpen. Daarnaast kan de hoeveelheid organisch materiaal, zoals bij potgrond (zie volgende alinea), de kleur en kwaliteit van de zandlaag beïnvloeden.Elke boom heeft zijn eigen voorkeuren voor bodemtypen. Het is daarom belangrijk om een boom te kiezen die past bij het bodemtype, in plaats van te spreken over betere of slechtere opties. Zandfractie en korrelgroottes Tabel 1: Zand komt in verschillende korrelgroottes voor Op de overzichtskaart van Nederland worden de gebieden weergegeven die zijn ingedeeld in fijn zand, middelgrof zand en grof zand. Deze indelingen zijn vastgesteld op basis van bodemmetingen tot een diepte van ongeveer 350 cm. Omdat bomen vaak niet dieper wortelen dan 75 cm, kan dit soms een vertekend beeld geven. Veel boomsoorten groeien goed in een licht vochthoudende bodemtype met een grovere zandkorrelgrootte. Bodemkaart nr.3: Zandkorrelgrootte onderverdeeld in fijn zand, middelgrof zand en grof zand. Tabel 1: Zand komt in verschillende korrelgroottes voor. Zand is een veelvoorkomend in vrijwel elk bodemtype, maar de zandfractie zelf komt voor in verschillende soorten en maten, zoals zilverzand, metselzand, ophoogzand, speelzand en betonzand. Bomen hebben een voorkeur voor een losse en open bodemstructuur vanwege, wortelruimte, een hoog zuurstofgehalte, correcte capillaire werking, de goede waterbuffering met voldoende drainagecapaciteit wat de kans op bodemverdichting verminderd. Kort samengevat: het element zand, en vooral het soort element zand is heel erg bepalend voor de waterhuishouding van een boom. Deze eigenschappen worden vaak bepaald door de poriënruimte. Kwaliteit- zandfractie = Poriënvolume Bij element nr.4 zijn schematische zandkorrels afgebeeld (25 keer vergroot), waarbij de witruimtes op de afbeelding tussen de gele zandkorrels poriën worden genoemd. Het poriënvolume verwijst naar de ruimten die gevuld zijn met lucht of water tussen de vaste gronddeeltjes van de bodem. Element nr. 4: Gemiddeld zandfracties. Hoe groter de zandkorrel, de grootte van het element zand, hoe meer poriënvolume er ontstaat. In onderstaande tabel wordt duidelijk dat de verschillen tussen fijn en grof zand aanzienlijke effecten hebben op het poriënvolume. Zelfs bij zandgronden met een relatief laag gehalte aan humus en leem kunnen sommige boomsoorten zich nog steeds goed ontwikkelen. Bij zwaardere bodemtypes, zoals leem en kleigrond, speelt de grootte van de zandkorrel eveneens een belangrijke rol in de kwaliteit van het bodemtype. Element nr. 5: Grotere zandfracties. Een kleine zandkorrelgrootte van het element zand heeft vaak invloed op het poriënvolume, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Daarnaast zijn fijnere zandkorrels, in tegenstelling tot de grotere zandkorrels, vaak rond van vorm, wat ook het poriënvolume beïnvloedt. De keuze aan bomen is hierdoor beperkt. Element nr. 6: Kleinere zandfracties. Hoekige zandkorrels creëren veel ruimte (poriën) tussen de zandkorrels, wat een gunstig effect heeft op het poriënvolume en daarmee op de waterhuishouding van een boom. Bij de aanplant van bomen in stedelijke, verharde gebieden wordt regelmatig speciaal samengesteld bomenzand gebruikt. Het type zand dat wordt toegepast kan variëren afhankelijk van de verkeersbelasting, maar hoekig zand wordt altijd gebruikt, vaak gecombineerd met 9% organische stof. Element nr. 7: Hoekige zandfracties, word ook gebruik bij speciaal samengesteld bomenzand. Ook de uniformiteit van de aanwezige zandfracties in een bodemtype is rechtstreeks gerelateerd aan het poriënvolume. Samengevat, het element zand binnen elk bodemtype is essentieel voor de waterhuishouding van bomen. Het percentage zand, dat doorgaans dominant aanwezig is in alle bodemtypes, speelt samen met de korrelgrootte, de vorm en de uniformiteit van de zandfractie een cruciale rol bij de ontwikkeling van bomen. Element nr. 8: Uniformen zandfracties. Het element zand speelt een cruciale rol in de bodemkwaliteit van bomen, ongeacht het type bodem Samengevat mede op basis van bovenstaande; bij alle benoemde bodemtypes volgens de onderstaande tabel is het element zand een veel voorkomend element en zeer bepalend voor de bodemkwaliteit die geschikt is voor bomen. 1.)- Het percentage van het element zand, samen met 2.)- de korrelgrootte, 3.)- de vorm en 4.)- de uniformiteit van de aanwezige zandfracties spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van bomen. Wanneer aan de juiste criteria wordt voldaan (de kwaliteit van het element zand volgens de punten 1 t/m 4) , ontstaat er een ideale poriënstructuur. Deze optimale poriënstructuur zorgt voor wortelruimte, een hoog zuurstofgehalte, correcte capillaire werking, goede waterbuffering met voldoende drainagecapaciteit, wat de kans op bodemverdichting vermindert. Bovendien is zand stabiel en voorkomt het natuurlijke scheefstand van een boom. Echter, 60% van de bodemtypes voldoen vaak niet aan deze ideale criteria (1 t/m 4 ). Tabel 2: Het soort element zand is bepalend voor de bodemkwaliteit die geschikt is voor bomen. Element: Silt - Leem Hiernaast zijn schematische slib- of siltdeeltjes op schaal afgebeeld, eveneens 25 keer vergroot. Zoals u kunt zien, zijn deze deeltjes aanzienlijk kleiner dan de gemiddelde zandkorrel. Het woord "silt" is afkomstig uit Engeland, waar het "slib" betekent. Ook de term "verfijnd stof" zou een juiste benaming zijn. Slib- of siltdeeltjes variëren in grootte van 0,002 mm tot 0,063 mm, waarbij een afzonderlijk deeltje niet meer met het blote oog waarneembaar is. Slib of siltdeeltjes hebben geen directe relatie met bomen. Bomen groeien in de grond, maar de aanwezigheid van slib of silt in de bodem kan wel invloed hebben op de groei van bomen. Element nr. 9: Schematische afmetingen van slibdeeltjes (25x vergroot). Afbeelding 1: Slib- of siltdeeltjes. Slib, ook wel aangeduid als silt, wordt voornamelijk gevormd door water- en winderosie, grotendeels ontstaan tijdens de latere ijstijden. Tussen deze ijstijden bestond er leven op onze planeet, wat verklaart waarom slibdeeltjes beduidend meer mineralen bevatten dan bijvoorbeeld zand. Het transport van deze deeltjes heeft voor het grootste deel (70-80%) plaatsgevonden door wind. Daarom wordt silt beschouwd als een windafzetting en komt het praktisch in elk bodemtype voor, zij het soms in beperkte mate. Een bodem met veel siltdeeltjes wordt gekwalificeerd als een zwaarder bodemtype, wat zeker een negatief effect kan hebben op de waterhuishouding van een boom, aangezien deze minder water doorlaat dan zand en kleiig aanvoelt, hoewel klei niet de juiste benaming is. Slib- en siltdeeltjes beïnvloeden indirect de groei van bomen door hun aanwezigheid in de bodem. Element: Lutum – Klei Klei- of lutumdeeltjes, die wederom weer op schaal zijn afgebeeld (25 keer vergroot), zijn microscopisch klein met een afmeting van minder dan 0,002 mm. De herkomst en het ontstaan van lutum zijn praktisch vergelijkbaar met die van slib- of siltdeeltjes. Het transport van klei- of lutumdeeltjes heeft echter voornamelijk plaatsgevonden door stromend water, vaak veroorzaakt door overstromingen. Zodra het stromende water tot stilstand kwam, konden deze microscopisch kleine deeltjes bezinken. Vanwege hun aanzienlijk kleinere afmetingen dan slib- of siltdeeltjes, is hun doorlatendheid veel geringer. Kleideeltjes beïnvloeden de groei van bomen door de waterhuishouding, voedingsstoffenbeschikbaarheid en bodemstructuur te bepalen. Dit heeft invloed op de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen Element nr. 10: Schematische afmetingen van klei - of lutumdeeltjes. 25x vergroot). Een bodemtype met veel klei- of lutumdeeltjes bevat veel mineralen en voedingsstoffen, maar beïnvloedt de waterhuishouding van bomen aanzienlijk. Dit type bodem wordt vaak als zwaar beschouwd, wat invloed heeft op de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen. Niet elke boom is geschikt voor kleigrond. Het element komt praktisch alleen voor in het bodemtype kleigrond Interessant is om te vermelden. Nederland ontstond dankzij vruchtbare kleigronden, gevormd door rivieroverstromingen. Deze gronden maakten het in de middeleeuwen populair, wat bijdroeg aan onze huidige bevolkingsdichtheid. Element: Organisch stof - Veen Veen is officieel geen grondsoort omdat het geen vaste (korrel)afmeting heeft; het bestaat uit (half)verteerde plantenresten. Het wordt echter wel als bodemtype beschouwd, daarnaast is veen vergelijkbaar met grof organisch stof en daardoor is het een element. Wanneer veen in aanraking komt met zuurstof, vaak in de bovenlaag van de grond, wordt het door bodemmicro-organismen omgezet in wat bekend staat als veraarde grond. In deze grond zijn plantenresten niet langer herkenbaar en is er sprake van een samengestelde grondlaag met een hoog organisch stofgehalte. In tegenstelling tot veen is organische stof goed verteerd. Op zandgronden gedijen bomen meestal goed bij een hoog gehalte aan organische stof in de bodem. Wanneer dit gehalte echter boven de 16% stijgt, wordt zuurstof uit de bodem onttrokken. Tijdens de afbraak van organische stof worden zowel zuurstof als stikstof uit de bodem gehaald, wat vaak negatieve gevolgen heeft voor bomen. Element nr. 11 t/m 16: Schematische afmetingen (25x vergroot) van organisch stof in div. percentages. Tabel classificaties in % Organisch stof Organisch materiaal is een essentieel onderdeel van vrijwel elke bodemsoort, vaak geconcentreerd in de bovenste lagen. Dit materiaal heeft een significante invloed op de eigenschappen van alle bodemtypes en is noodzakelijk voor een gezonde bodemstructuur. De elementen 11 tot en met 16 in de afbeelding bevatten organische stof, elk met verschillende percentageverhoudingen. Tabel 3: Namen en classificaties van Organisch stof in %. Organische stof versus zandgrond Voor het bodemtype zandgrond, dat van nature weinig tot geen mineralen bevat en waar de grondwaterstand vaak onbereikbaar is voor boomwortels, is de hoeveelheid organische stof bijzonder bepalend. Deze factor heeft een sterke invloed op de waterhuishouding, met name op de waterbufferingscapaciteit van de bodem, wat weer van invloed is op de ontwikkeling van bomen. De aangegeven gebieden op diverse kaarten zijn slechts een globale indicatie; Verschillende bodemtypes, elk met een andere kwaliteitsclassificatie, kunnen zich binnen een relatief klein gebied bevinden (binnen een straal van enkele kilometers). Zandgrond kaart 2 Zandgrond kaart 3 Zandgrond kaart 4 Zandgrond kaart 5 Zandgrond kaart 1 Zandgrondkaart 1 biedt een overzicht van het bodemtype zand in heel Nederland. Zandgrondkaart 2 toont de gebieden waar voornamelijk humorloze en humusarme zandgronden voorkomen. Zandgrondkaart 3 visualiseert de gebieden met matig humeuze zandgronden. Zandgrondkaart 4 geeft inzicht in de gebieden in Nederland met humeuze zandgronden. Zandgrondkaart 5 presenteert de gebieden met humusrijke veenachtige zandgronden. Organische stof versus zwaardere bodemtypes Organische stof speelt ook een cruciale rol bij de zwaardere bodemtypes, zoals leem- en kleigronden. Hoewel het voor zandgronden voornamelijk belangrijk is om vocht vast te houden, draagt organische stof in zwaardere bodemtypes bij aan de verbetering van de bodemstructuur, de bewerkbaarheid en de wortelgroei voor bomen. Daarnaast heeft organische stof een aanzienlijke invloed op het bodemleven en is dus onmisbaar voor elk bodemtypen. Voor zandgronden wordt humusrijke samenstelling nagestreefd met een percentage van 9 tot 12% organische stof, terwijl het streefpercentage voor zwaardere bodemtypes ongeveer 3% is (tussen humus arm en matig humeus) en voor zwaardere bodemtypes circa 4%. Een nog hoger percentage kan leiden tot vocht en drainage problemen. Element: Löss (variant van silt) Een lössdeeltje is een typische windafzetting, voornamelijk bestaande uit kwartsgesteente afkomstig van de Noordzeebodem, die droog lag tijdens de laatste ijstijd. Wanneer er uitsluitend sprake is van een windafzetting, is de korrelgrootte doorgaans redelijk uniform. Lössgrond heeft daardoor een korrelgrootte van ongeveer 0,020 mm tot 0,040 mm. Met andere woorden, löss lijkt erg op silt, maar de samenstelling heeft veel ruimte tussen de korrels, vergelijkbaar met zand. Dit zorgt voor een goede waterdoorlatendheid, een eigenschap die de meeste bomen erg prettig vinden, een eigenschap die silt- en lutumdeeltjes niet hebben. Löss valt qua classificatie en afmeting onder dezelfde noemer als silt en moet daarom worden gezien als een variant, net zoals grof en fijn zand varianten zijn van het element zand Element nr. 17: Schematische afbeelding van het Bodemkundige element löss- (25x vergroot). Een Löss samenstelling Tijdens de door wind gevormde afzetting zijn er ook veel kleine plantenresten en mineralen afgezet. Hierdoor is lössgrond niet alleen goed doorlatend, maar bevat het ook een hoog mineraal- en humusgehalte (organische stof). Dit maakt het een zeer geschikte en vruchtbare bodem voor agrariërs. Let op; de hiernaast afgebeelde samenstelling is geen enkelvoudig element meer, maar een combinatie van het element löss en het element organische stof. Samenstelling nr.1: Schematische afmetingen van een lösss samenstelling (25x vergroot). Overige bodemelementen kunnen ook van invloed zijn Naast grondwater zijn er verschillende andere elementen zoals ijzer- en kalkmineralen die, samen met diverse chemische reacties, aanzienlijke verschillen kunnen veroorzaken tussen verschillende grondlagen. Deze variaties zijn technisch van aard, wat de huidige reden is om dit voorlopig te laten rusten. Houd er rekening mee dat dit soms veel invloed kan hebben op de groei en ontwikkeling van bomen. Voor meer informatie kunt u de website van Bodemdata raadplegen: https://bodemdata.nl . In hoofdlijnen is er in Nederland maar sprake van 4 bodemtypes volgens de grote plattegrond: zandgrond , kleigrond en leemgrond (lössgrond, wordt omdat het dezelfde fractiegrote heeft ingedeeld bij leemgrond). Daarnaast bezit Nederland een beperkt aantal veengronden, want in hoofdzaak is er meer sprake van veengebieden (zie kleine plattegrond). Deze veengebieden zijn dan gecombineerd met zand- of kleideeltjes of gecombineerd met zand- of kleilagen, op de kleine bodemkaart aangegeven als venige-klei of als venig-zand . Het is belangrijk om de juiste boom te kiezen en het soort boom af te stemmen op het bodemtype. Het aanpassen van het bodemtype aan de boom kan vaak duur zijn en levert niet altijd het gewenste boom resultaat op. Bodemkaart nr.4: De gebieden waar veengronden en veengebieden voorkomen. In Nederland zijn er feitelijk maar vier bodemtypes Bodemkaart nr.5: De 3 (4) belangrijkste bodemtypes in Nederland. Het vaststellen van een bodemtype Om een juiste bomen keuze te maken, is het dus van belang dat u weet wat voor type grond u heeft. Hieronder de bodemdriehoek waarmee u ook zelf kan bepalen in welke categorie uw eigen tuingrond zou vallen. Op Afbeelding 3 ziet u een bodemtest die u zelf prima zou kunnen uitvoeren. Neem een jampot en vul deze met 20 tot 25% grond. Vul vervolgens de pot tot 80% met kraanwater. Schud het geheel enkele minuten goed door elkaar en zet de jampot daarna 12 uur weg. De zwaardere deeltjes, zoals zand, zullen als eerste bezinken, gevolgd door de siltdeeltjes en als laatste zullen de kleideeltjes bezinken. Na 12 uur kunt u vrij nauwkeurig de samenstelling van uw eigen grond bepalen. Doorgaans blijven de organische delen in het water zweven. Met andere woorden bepaal eerst uw bodemtype en maak daarna een weloverwogen bomen keuze. Figuur 3: De Bodemdriehoek versus bomen. Afbeelding 2: Bodemtest versus bomen. Veel bomen groeien goed op zandgrond, waarbij verschillende factoren een rol kunnen spelen. Deze criteria beïnvloeden in grote maten de waterhuishouding en waterbufferingsmogelijkheden van een boom. Een bodem wordt als zandgrond geclassificeerd wanneer de bovenste 60 tot 80 cm voornamelijk uit zandlagen bestaat met een klei- of lutumgehalte lager dan 8%. (Volgens Samenstelling nr. 2) Daarnaast wordt zandgrond ook gedefinieerd wanneer het slib- of siltgehalte niet hoger is dan 50%. (Volgens Samenstelling nr. 3). Wanneer is er dan sprake van het bodemtype zandgrond? Samenstelling nr.3: Een bodem met minder dan 50% slib- of siltgehalte wordt als zandgrond beschouwd. Samenstelling nr.2: Een bodem met minder dan 8% klei of lutum wordt als zandgrond beschouwd. Bodemkaart nr. 6: De gebieden waar hoofdzakelijk het bodemtype zandgrond voorkomt. De kwaliteit van het bodemtype zandgrond Veel boomsoorten gedijen goed op zandgrond. In tegenstelling tot leem- en kleigrond is de kwaliteit van zandgrond, met betrekking tot de waterhuishouding die essentieel is voor bomen, echter veel afhankelijker van externe factoren. Zandgrond, waarin het element zand zeer dominant aanwezig is, bevat van nature weinig mineralen (is ook minder vruchtbaar), heeft doorgaans een goed drainerend vermogen, maar droogt veel sneller uit dan andere bodemtypes. De kwaliteit van zandgrond wordt dus voornamelijk bepaald door: Het soort zand. Ook hier geldt weer, wat overigens essentieel is voor alle bodemtypes. Wat zijn de afmetingen (de korrelgrootte), de vormen en wat is de uniformiteit van de aanwezige zandelementen. Daarnaast, kan er sprake van leemloze of leemarmer grond, of juist van een sterk leemhoudende zandgrond? Dit aspect zal later in meer detail worden toegelicht. Een derde factor betreft het humusgehalte, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen humusloze, humusarme en humusrijke zandgrond. Een ander belangrijk punt is de bereikbaarheid van het grondwater voor boomwortels. Kan het grondwater door de boomwortels bereikt worden, of niet? Zandgronden zijn weer op te delen in: Omschrijving Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Leemlose zandgrond Duingebieden en zandverstuivingen (vaaggrond) Samenstelling nr. 4: Schematische afbeelding (25x vergroot) van leemarme zandgrond. Slitgehalte onder de 8%. Bodemkaart nr. 7: Gebieden met Leemlose zandgrond. Slitgehalte onder de 8%. Omschrijving Niet echt geschikt voor akkerbouw. Duingebieden zandverstuivingen, ook wel benoemd als vaaggronden. Er is een beperkte groep bomen die hier toch weet te overleven. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Leemarme zandgrond Samenstelling nr. 5: Schematische afbeelding (25x vergroot) van leemarme zandgrond. Slitgehalte tussen de 8-15%. Bodemkaart nr. 8: Gebieden met zwak lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 8-15%. Omschrijving Doorgaans minder groeizaam voor bomen, wel sterk afhankelijk van het organisch stofgehalte en een grondwaterstand. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Lemige zandgrond Samenstelling nr. 6: Schematische afbeelding (25x vergroot) van normaal leemhoudende zandgrond. Slitgehalte tussen de 15-30%. Bodemkaart nr. 9: Gebieden met lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 15-30%. Omschrijving In het algemeen is deze bodem geschikt voor diverse boomsoorten, hoewel dit mede afhangt van factoren zoals de kwaliteit van de aanwezige zandfractie, het organische stofgehalte en de grondwaterstand. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Sterk leemhoudende zandgrond Samenstelling nr. 7: Schematische afbeelding (25x vergroot ) van sterk lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 30-50%. Bodemkaart nr. 10: Gebieden Sterk lemige zandgrond. Slitgehalte tussen de 30-50%. Omschrijving De vruchtbaarheid van de bodem is doorgaans hoog voor bomen, afhankelijk van het gehalte aan organisch materiaal, de grondwaterstand en met name de grootte van de zandfractie. Bij een fijne zandfractie bestaat er echter een risico op bodemverdichting. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. leemhoudende zandgronden voor, maar die worden nog steeds als zandgrond geclassificeerd. Leemgrond is gunstig voor de groei van bomen, maar de optimale omstandigheden variëren per boomsoort en de kwaliteit van de grond. Het houdt vocht vast en laat water goed door, maar een teveel kan wateroverlast veroorzaken, terwijl een tekort leidt tot een droge bodem. Leemgrond is geschikt voor de groei van sommige bomen, maar de optimale omstandigheden zijn afhankelijk van de specifieke boomsoort en de kwaliteit van de leemgrond. Leemgrond houdt vocht vast en laat water goed door, wat gunstig is voor veel bomen. Echter, een te hoog gehalte aan leem kan leiden tot wateroverlast, terwijl een tekort aan leem kan resulteren in een te droge bodem. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype leemgrond? Bodemkaart nr. 11: De gebieden waar leemgrond voorkomt. (Volgens Samenstelling nr. 8) Samenstelling nr.8: Er is sprake van leemgrond wanneer het slib- of siltgehalte hoger is dan 50%. Bodemkaart 10: Nederland bezit veel sterk leemhoudende zandgronden, maar deze wordt er nog steeds gekwalificeerd als zandgrond. Bij leem en leemgrond is er nog meer verwarring dan bij zand en zandgrond; leem en leemgrond mogen zeker niet met elkaar worden vergeleken. Leem is een samengestelde grond of grondlaag met de volgende definitie: Leem is een mengsel van klei, slib en zand, met relatief veel slib- of siltdeeltjes. Het begrip "relatief veel" is ruim en wordt niet in percentages gekwalificeerd. Daarentegen is leemgrond een bodemtype dat wel duidelijk gedefinieerd is, waarbij het slib- of siltgehalte hoger moet zijn dan 50%.Om nog meer verwarring te voorkomen, is het belangrijk op te merken dat in sommige delen van ons land, maar vooral bij onze Belgische zuiderburen, silt ook wel als leem wordt aangeduid. Voor alle duidelijkheid zetten we alles nog eens op een rijtje: Slib of silt verwijst naar een afmeting, een fractiegrootte (bij zand wordt gesproken van korrelgrootte). Leem is een samenstelling die vaak een grondlaag vormt en bestaat uit klei, slib en zand, met een relatief hoog gehalte aan slib- of siltdeeltjes. Leemgrond is een bodemtype dat vaak uit diverse lagen bestaat, waarbij de bovenste 60 cm ten minste voor meer dan de helft bestaat uit slib- of siltdeeltjes. lössgrond is een variant van leemgrond Samenstelling nr.1: Schematische afmetingen van een lösss samenstelling (25x vergroot). Bodemkaart nr. 12: Lössgrond erg vruchtbaar voor veel bomen. Een variant van het bodemtype leemgrond is lössgrond. De slibdeeltjes van lössgrond zijn typische windafzettingen, voornamelijk bestaande uit kwartsgesteente afkomstig van de Noordzeebodem, die droog lag tijdens de laatste ijstijd. Wanneer er uitsluitend sprake is van windafzetting, is de korrelgrootte doorgaans redelijk uniform. Hierdoor is lössgrond niet alleen goed doorlatend, maar bevat het ook een hoog mineraal- en humusgehalte (organische stof). Dit maakt het een zeer geschikte en vruchtbare bodem. Löss lijkt sterk op silt, maar de samenstelling heeft veel ruimte tussen de korrels, vergelijkbaar met zand. Dit zorgt voor een goede waterdoorlatendheid, een eigenschap die gunstig is voor de meeste bomen, terwijl silt- en lutumdeeltjes deze eigenschap niet hebben. Löss valt qua classificatie en afmeting onder dezelfde categorie als silt en moet daarom worden gezien als een variant, net zoals grof en fijn zand varianten zijn van het element zand. Niet alle bomen zijn geschikt voor kleigronden. Een grond wordt als kleigrond geclassificeerd wanneer deze meer dan 8% lutum- of kleideeltjes bevat. Samenstelling nr. 9 wordt beschouwd als een zeer lichte klei, die bodemkundig gezien tot zavelgronden behoort, terwijl Samenstelling nr. 10 wordt gekwalificeerd als zware klei (met een lutum- of kleigehalte van meer dan 55%). Ook kleigronden worden verder ingedeeld in verschillende categorieën. Omdat silt voornamelijk door wind is afgezet, bevatten alle kleigronden in 70% van de gevallen een klein percentage siltdeeltjes. Soms kan er zelfs sprake zijn van siltige kleigronden. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype Kleigrond? Samenstelling nr.9: In bodemkundige termen wordt lichte klei ingedeeld en benoemd als zavelgrond (8% -25%). Samenstelling nr.10: Een grond wordt als zware klei beschouwd als het lutum- of kleigehalte meer dan 55% bedraagt. Ned. Bodemkaart 13: De gebieden waar hoofdzakelijk kleigrond voorkomt. Om het eenvoudig te houden is het voldoende om te weten dat we spreken van kleigrond zodra het lutum- of kleigehalte hoger is dan 8%. Lang niet alle bomen houden van klein gronden. Klei- of lutumdeeltjes hebben een directe invloed op de groei van bomen. Ze beïnvloeden in grote mate de waterhuishouding, en dichtheid de structuur van de bodem, wat op zijn beurt de wortelgroei en algemene gezondheid van bomen bepaal. Zavelgrond, ook wel benoemd als lichtere kleigrond is daar vaak wel een uitzondering op. Bij het selecteren van bomen voor zwaardere kleigronden is het essentieel om ook rekening te houden met de vochtigheid en de grondwaterstanden. Rivier- Jonge- en oude- zeeklei Oude zeeklei en jonge zeeklei zijn termen die de kleilagen in Nederland beschrijven die door de zee zijn afgezet. Oude zeeklei, gevormd tussen 8000-4000 jaar geleden, ligt dieper en heeft een blauwgrijze kleur en een vettere structuur. Jonge zeeklei, ontstaan tussen 1000 v.Chr. en de Middeleeuwen, is grover en bevat meer schelpen. Oude zeeklei komt vooral voor in laaggelegen gebieden van West- en Noord-Nederland, terwijl jonge zeeklei voornamelijk te vinden is in Zeeland, Noord-Holland, Friesland en Groningen. Rivierklei ontstond ongeveer 1000 jaar na Christus in rivieromgevingen. Het heeft vaak een bruine of grijze kleur, maar kan ook een oranje tint aannemen bij aanwezigheid van ijzer. Rivierklei is doorgaans wat grover van structuur dan zeeklei. Alle kleibodemtypes zijn zeer vruchtbaar. De zwaardere kleigronden zijn echter minder makkelijk te bewerken en kunnen soms dusdanig zwaar zijn dat zij ongeschikt zijn voor akkerbouw. Deze gronden zijn voornamelijk geschikt voor grasland. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Bodemkaart nr. 14: Toont de locaties van rivierklei (indigo), jonge zeeklei (blauw) en oude zeeklei (donder). Lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden Kleigronden worden ingedeeld in zware klei, matige klei, lichte klei en zavelgrond. Zavelgrond bevat 10-25% klei en is bijna ideaal voor boomgroei. Lichte kleigrond bevat 25-35% klei en is meestal ook geschikt voor bomen, afhankelijk van verschillende factoren. Matige kleigrond heeft 35-55% klei en kan vocht- en drainageproblemen hebben. Zware kleigrond, met meer dan 55% klei, is vruchtbaar maar lastig te bewerken en wordt vaak in lagere delen van Nederland gevonden. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Bodemkaart nr. 15: geeft de locaties weer met lichtere (zavel) en zwaardere kleigronden. Zavelgrond (zeer lichte kleigrond) Kleigronden worden ingedeeld in zware klei, matige klei, lichte klei en zavelgrond. Zavelgrond is een bodemtype dat ligt tussen lichte kleigrond en zandgrond. Er is sprake van zavelgrond wanneer het lutum- of kleigehalte tussen de 10% en 25% ligt. Deze bodems benaderen theoretisch ideale omstandigheden voor boomontwikkeling. Samenstelling nr. 11: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype zavelgrond. Lichte kleigrond Er is sprake van lichte kleigrond wanneer het lutum- of kleigehalte tussen de 25% en 35% ligt. Deze bodems zijn doorgaans ook geschikt voor boomontwikkeling, wel afhankelijk van diverse factoren. Samenstelling nr. 12: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype lichte kleigrond. Matige kleigrond Bij matige kleigrond varieert het kleigehalte tussen 35% en 55%. De geschiktheid voor landbouw en akkerbouw is sterk afhankelijk van de dikte van de kleilaag. Vocht- en drainageproblemen kunnen zich voordoen. Dit is een belangrijk gegeven om rekening mee te houden bij de keuze van bomen voor nieuwe aanplant. Samenstelling nr. 13: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype matige kleigrond. Zware kleigrond. Zware kleigrond heeft een kleigehalte van meer dan 55%. Deze vruchtbare gronden, ook bekend als komgronden, zijn soms moeilijk te bewerken. Ze vormen zich door kleiafzettingen in lager gelegen delen van Nederland. Hoewel ze vooral geschikt zijn voor grasland, kunnen sommige bomen hier goed groeien. Samenstelling nr. 14: Een schematische weergave (25 keer uitvergroot) van het bodemtype zware kleigrond. Veen en veenachtige kleigronden Bodemkaart nr. 16: Veen en veenachtige kleigronden. Veenachtige kleigronden, ook wel klei-op-veen genoemd, bestaan hoofzakelijk uit een laag klei over een veenlaag, en zijn vaak te vinden in laaggelegen gebieden en de voormalige oudere rivier- en zeekleigebieden. Deze paragraaf is nog niet volledig afgerond; er ontbreekt aanvullende tekst. Wanneer is er dan sprake van het bodemtype Veengrond? De keuze aan bomen voor veengrond is relatief beperkt mede door de lage pH-waarde van de bodem, wat de selectie van geschikte boomsoorten beïnvloedt. Van veengrond is sprake wanneer meer dan de helft van de bovenste 80 cm uit veenachtig materiaal bestaat. Zoals weergegeven op bodemkaart nr. 17, heeft Nederland niet veel veengronden die aan deze criteria voldoen. Daarnaast wordt van veengrond gesproken als het organisch stofgehalte hoger dan 35% is, waarbij de plantenresten niet meer herkenbaar zijn. Bodemkaart nr. 17 Bodemkaart nr. 17 Bodemkaart nr. 18 Bodemkaart nr. 17: Geeft aan waar nog sprake is van hoogveen. Bodemkaart nr. 18: Geeft alle veengronden aan die voldoen aan de omschreven criteria. (> 35% org. stof) . Bodemkaart nr. 19: Geeft alle veengebieden gecombineerd met zand of klei. Nederland kent echter veel gebieden waarin veen gecombineerd is met zand- of kleideeltjes of met lagen van zand of klei, aangeduid als venige-klei of venig-zand. Bomen hebben doorgaans een hoge behoefte aan organische stof. Echter, wanneer het gehalte aan organische stof boven de 16% komt, kan dit leiden tot zuurstofonttrekking uit de bodem. Tijdens het verteringsproces van organische stof worden zuurstof (en stikstof) aan de bodem onttrokken, wat vaak nadelige gevolgen heeft voor bomen, evenals andere planten.
- Toekomstverwachting van een boom | Bomen-online.info
De levensverwachting of toekomstverwachting van een boom wordt, met enkele uitzonderingen, bepaald door de beschikbare ondergrondse groeiruimte. Bomen-Online.info Kennis & informatievoorziening voor: -- Boom en voor groene, grijze en blauwe buitenruimtes -- Boom Effect Analyses & Boom Effect Adviezen -- 2D en 3D Tuin- en landschapsoplossingen -- llustraties, visualisaties & kennisontwikkeling Toekomstverwachting van een boom. INHOUD: Het "Soort" toekomstverwachting! Externe factoren t.a.v. de toekomstverwachting. De groeiruimte versus de toekomstverwachtingen. Gelukkig sterven de meeste mensen op oudere leeftijd, maar helaas zijn er uitzonderingen. Hierbij kun je opmerken dat hoe ouder je wordt, hoe vatbaarder je bent voor allerlei mankementen. Voor een boom geldt hetzelfde. Op deze pagina wordt herhaaldelijk verwezen naar "de criteria aanleg boomgroeiplaats". Bij de aanleg van een nieuwe boomgroeiplaats dient te worden vastgesteld of er in de toekomst voldoende (groei)ruimte beschikbaar is. De toekomstverwachting, oftewel de groeimogelijkheden van een boom, wordt door 3 factoren bepaald. De natuurlijke omloopcyclus. De (groei)ruimtes: opgedeeld in 2 onderdelen. Daarnaast zijn er nog externe factoren , waar een boom vroegtijdig aan kan bezwijken. Het "Soort" toekomstverwachting is ruim interpreteerbaar! De toekomstverwachting van een boom kan op verschillende manieren en vooral vanuit diverse perspectieven worden beoordeeld. De uitkomst varieert doorgaans aanzienlijk, zeer afhankelijk van de tijdshorizon die wordt gehanteerd. Hoe verder men in de toekomst kijkt, des te meer groeiruimte er nodig zal zijn. Een eerste stap in het proces is het beoordelen van de natuurlijke levensduur van het boomsoort. Het is niet nuttig om een analyse voor een periode van 80 jaar te gaan maken terwijl de natuurlijke levensduur van de boom slechts 60 jaar is. Omdat de natuurlijke levensduur in veel gevallen nog steeds breed kan worden geïnterpreteerd, wordt meestal een economische omlooptijd als criterium gebruikt. Dit gebeurt volgens de richtlijnen van het Handboek Bomen of op basis van een vooraf vastgestelde omlooptijd per functiegebied . Bij het opstellen van een bomen effect analyse wordt vaak als beoordelingscriterium opgenomen of de boom nog een toekomst heeft van langer dan 15 jaar. Externe negatieve factoren t.a.v. de toekomstverwachting Conditionele factoren waar een boom vroegtijdig aan kan bezwijken zijn: er is een verkeerde boomkeuze geweest, die totaal niet aansluit op de situatie ter plaatsen (denk aan: bodemtype, waterprofiel en bijvoorbeeld (zee)wind), en er kan sprake zijn van ernstige ziektes en/of (zwam)aantastingen. Mechanische factoren kunnen zijn: Onnatuurlijke scheefstand. Ernstige bast-, kroon- of stamschade. (Storm- wind- bliksem- en aanrijschade, maar ook een spechtengat.) Wortelbeschadiging. Dit heeft veelal betrekking op werkzaamheden die plaats gevonden hebben rond de bomen. Het beschadigen van (gestel)wortels is in het algemeen de hoofdoorzaak van het voortijdig uitvallen van bomen. De ondergrondse gevolgen van dergelijke wortelschade, bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden, worden vaak jaren later pas zichtbaar (bij de inventarisatie van de boomconditie). Daarom is het van belang dat wortelschade wordt voorkomen. Op de poster "WERKEN ROND BOMEN" kan 5 soorten wortelschade terugvinden. Bijlage 1: Een PDF met een hoogwaardige afdrukkwaliteit van de poster "Werken Rond Bomen" Afbeelding 1: Op de poster “WERKEN ROND BOMEN” worden 5 soorten wortelschade benoemd. De ondergrondse ruimte voorspelt vaak de toekomstverwachting De toekomstverwachting van een boom wordt, afgezien van de externe factoren en zijn natuurlijke levensduur, altijd bepaald door de beschikbare (groei)ruimte. Deze ruimte kan formeel worden opgedeeld in twee onderdelen: de bovengrondse groeiruimte (de mogelijkheid van de boom om zich bovengronds voldoende te ontwikkelen) en de ondergrondse (groei)ruimte. In de praktijk komt dit neer op de volgende verklaring: de toekomstverwachting van een boom wordt in veel gevallen bepaald door de ondergrondse groeiruimte. Hierbij alvast een afbeelding die uitgebreid wordt toegelicht op de informatiepagina over de aanleg van een boomgroeiplaats. 1.0 2.0 3.0 4.0 2.Wh 2.Bkw. Samenvatting van een boomgroeiplaats volgens vier vuistregels. Klik op de nummers in de afbeelding voor meer informatie. Daarnaast is er een PDF met hogere leeskwaliteit, die automatisch op een andere pagina opent. 1.0 3.0 2.Wh 2.Bkw. boomgroeiplaats

